Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Taaldiversiteit

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. U vindt hier een voorbeeld op het gebied van taal en cultuur.

Overzicht wetenschapsdossiers

Onderzoek

Taal als sleutel tot het begrijpen van de mens

Taal levert ons nieuwe inzichten over onze geschiedenis, cultuurverschillen, migratie en hoe onze hersenen informatie verwerken. Deze kennis biedt inzicht in de mens en heeft ook veel praktische mogelijkheden. Taalwetenschappers van de Universiteit Leiden werken hiervoor nauw samen met wetenschappers uit andere disciplines, zoals biologen, psychologen, archeologen en historici.

<p>Brief op berkenbast geschreven in Cyrillisch in een dialect van het oud-Fins (13e eeuw)</p>

Brief op berkenbast geschreven in Cyrillisch in een dialect van het oud-Fins (13e eeuw)

Kennis van duizenden jaren geleden

Wereldwijd worden ongeveer 6000 verschillende talen gesproken. Het bestuderen van taal geeft ons informatie over de geschiedenis en migratie van volkeren van duizenden jaren geleden, zelfs als archeologische of geschreven bronnen uit die tijd ontbreken. Volkeren die geografisch ver uit elkaar leven, gebruiken soms precies dezelfde woorden. Die overeenkomsten moeten op een bepaalde manier 'getransporteerd' zijn. Door het spoor van de taal te volgen kom je meer te weten over de reis die een volk heeft gemaakt, en met welke andere volkeren ze in contact zijn gekomen. Het bestuderen van overeenkomstige woorden en begrippen in talen vertelt ons meer over de sociaal-culturele achtergrond van volkeren.

Cultuurverschillen liggen vast in de taal

Zo leert het onderzoeken van taalsystemen ons dat er informatie over cultuur in de grammatica vast ligt. In veel Amerindische talen zit gecodeerd hoe je aan bepaalde informatie bent gekomen. Heb je het ergens gehoord, zelf gezien of heeft iemand het direct aan je verteld? In andere talen, zoals het Nederlands, komt deze codering niet voor. Wij kunnen zeggen: 'Er was kermis', zonder dat we de bron van die informatie hoeven aan te geven. Binnen de ene taal en cultuur is het aangeven van de bron van informatie dus zeer belangrijk, binnen de andere niet.

Taal in ons brein

De bestudering van taaldiversiteit geeft daarnaast inzicht in de biologische en psychologische ontwikkeling van de mens. Dat gaat onder meer over hoe we taal leren, welke talen onze hersenen accepteren en welke niet en hoe onze hersenen taal verwerken tijdens het lezen of spreken.

Multidisciplinaire samenwerking

De Universiteit Leiden heeft een bijzondere expertise op het gebied van taaldiversiteit en kennis van een groot aantal talen in huis. Leidse wetenschappers zijn specialisten in Afrika, Indiaans Amerika, Zuid- en Centraal Azië, Zuidoost Azië en Oceanië, Oost-Azië en Siberië en Europa. Ook staat het Leidse taalonderzoek bekend om samenwerking met wetenschappers uit andere disciplines zoals medici, psychologen, pedagogen, biologen, genetici, archeologen en historici.

Meer informatie:
Leiden University Centre for Linguistics

De taal als tijdmachine

Door onderzoek naar taal kun je de geschiedenis van volkeren reconstrueren, zelfs als er verder geen historische bronnen zoals geschreven documenten aanwezig zijn. Onderzoekers Willem Adelaar en Marian Klamer ondernemen de komende jaren zo'n zoektocht in gebieden met een grote diversiteit aan talen.


Het raadsel van de Amerika's - Willem Adelaar

Wanneer Noord- en Zuid-Amerika werden bevolkt, is nog steeds een raadsel voor wetenschappers. Terwijl archeologen beweren dat er langer dan 15.000 jaar geleden geen mensen in het gebied waren, wijst taalkundig onderzoek uit dat dit wél het geval moet zijn geweest. Dit heeft te maken met de meer dan 175 genetische taallijnen die in het gebied door wetenschappers zijn geïdentificeerd. Deze lijnen moeten meer dan 15.000 jaar nodig hebben gehad om zich te ontwikkelen en te verspreiden. Een grondige analyse van de taallijnen kan ons veel meer vertellen over de manier waarop de Amerika's werden bevolkt.

Talen vergelijken

Hoogleraar Willem Adelaar gaat met het raadsel van de Amerika’s aan de slag door talen uit Meso-Amerika en de Andes met elkaar te vergelijken. Hij kiest deze twee regio's, omdat er aanwijzingen zijn dat de talen in het Andes-gebied hun oorsprong zouden kunnen hebben in talen die ooit in Noord- en Midden-Amerika werden gesproken. Het gaat daarbij om talen waarvan tot nu toe niet bekend is dat ze een genetische verwantschap hebben of dat de twee volkeren, die de talen spraken, met elkaar in contact zijn gekomen.
 

De Harakmbut, een indianenstam uit Peru waarvan Willem Adelaar de taal onderzoekt.

De Harakmbut, een indianenstam uit Peru waarvan Willem Adelaar de taal onderzoekt.

Verwantschap tussen volkeren in Meso-Amerika en de Andes

Adelaar heeft zijn onderzoek in twee delen opgesplitst. Als eerste wil hij overeenkomsten tussen de talen uit Meso-Amerika en de Andes identificeren die te herleiden zijn naar de vroegste migratiestromen tussen de twee gebieden. Hiervoor wordt in een deelproject eerst alle taalkundige, archeologische en genetische kennis over de volkeren in Meso-Amerika en de Andes verzameld. Gewapend met deze kennis gaan Adelaar en zijn

collega's vervolgens in de talen op zoek naar bewijzen voor verwantschap tussen de volkeren. Dit enorme onderzoek kan onder meer plaatsvinden door de kennis die binnen de Universiteit Leiden is gebundeld over (de talen van) de regio, door samenwerking met genetici en dankzij de voortschrijdende techniek waardoor het mogelijk is om steeds grotere datasets met elkaar te vergelijken.

Speuren naar bewijs voor contact

Adelaar gaat daarnaast in taal op zoek naar bewijs van latere contacten tussen volkeren uit Meso-Amerika en de Andes, grofweg tot aan het moment dat Amerika wordt ontdekt door Columbus. Uit archeologische bronnen weten we dat die contacten er geweest moeten zijn, omdat zeer complexe metaalbewerkings-technieken hun weg vonden van Peru naar Mexico. Ook zijn er opvallende overeenkomsten gevonden in kunstuitingen van de volkeren uit de twee gebieden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat die ontmoetingen geen sporen hebben achtergelaten in de taal. Adelaar speurt naar bewijs voor dat contact, onder meer door de externe relaties te onderzoeken van het Purépecha (Mexico) en het Mochica (Peru). De eerste zou overeenkomsten kunnen vertonen met talen in het Andesgebied (bijv. Quechua of Aymara), de tweede met talen van Meso-Amerika (bijv. Maya).

Meer informatie:
The Linguistic Past of Mesoamerica and the Andes



Lenen en erven in Oost-Indonesië - Marian Klamer

Op het eerste gezicht kun je niet weten waarom het Nederlandse woord 'goed' lijkt op Duits 'gut' of Engels 'good'. Komt dit omdat onze taal dezelfde voorouder-taal heeft, of is het een leenwoord, zoals 'sowieso' of 'computer'? Het verschil tussen wat talen 'erven' en wat ze 'lenen' is soms moeilijk vast te stellen, zeker wanneer het buurtalen betreft die ook dezelfde voorouder-taal hebben.
 

Veertig talen op drie eilandjes

Om het verschil tussen 'lenen' of 'erven' in de evolutie van taal goed in kaart te brengen, moeten we een situatie onderzoeken waar lenen plaatsvindt tussen talen die geen familie van elkaar zijn, zodat je 'erven' onomstotelijk kunt scheiden van 'lenen'. In de wereld zijn zulke situaties bijzonder schaars, maar in Oost-Indonesië vinden we er een. Daar worden in Oost-Flores, Pantar en Alor lokale talen gesproken die óf bij de Austronesische taalfamilie horen, óf bij een groep van Papuatalen. Deze drie eilanden zijn in oppervlakte samen kleiner dan Nederland. Toch worden er in het gebied niet

Marian Klamer praat met Teiwa-sprekers uit het dorp Lebang (Pantar, Indonesië)

Marian Klamer praat met Teiwa-sprekers uit het dorp Lebang (Pantar, Indonesië)

minder dan 40 verschillende talen gesproken. Deze talen zijn bovendien zo divers dat zelfs sprekers die slechts op enkele kilometers afstand van elkaar wonen, elkaar soms helemaal niet begrijpen. Deze situatie bestaat al duizenden jaren en sprekers van deze families zijn al erg lang met elkaar in contact, bijvoorbeeld door handel of uithuwelijking. Tegenwoordig gebruiken ze Indonesisch meestal als tussentaal.

Geschiedenis en migratiestromen reconstrueren

Hoogleraar Marian Klamer onderzoekt in dit gebied met een groep van vijf onderzoekers diverse situaties van taalcontact, en welke woorden en structuren al dan niet zijn overgenomen of geërfd. Ze bestuderen de omstandigheden waarin dit gebeurt en maken bovendien een reconstructie van de geschiedenis en migraties van de volkeren. Dit alles geeft informatie over de evolutie van taal in het algemeen, en over de geschiedenis van de mensen in Flores, Pantar en Alor in het bijzonder. 'Voor hun geschiedenis kunnen we niet terugvallen op geschreven bronnen, want die gaan maar honderd jaar terug', legt Klamer uit. 'En voor de diepere geschiedenis is archeologisch onderzoek vereist, wat hier nog niet heeft plaatsgevonden. We zijn dus aangewezen op het vinden van informatie te in de talen zelf. Denk aan het onderzoeken van verwantschaps-termen (‘neef’, ‘kleinkind’). Zulke termen zijn sterk traditioneel bepaald, maar veranderen ook in hun vorm of betekenis door contact, bijvoorbeeld als vrouwen van de ene taalgroep worden uitgehuwelijkt naar een andere groep, en hun kinderen daar grootbrengen. En plaatsnamen in taal A vormen een link tussen een geografische locatie en sprekers van taal A, ook als die nu ergens anders wonen. Ter vergelijking: wat zou het betekenen als we Friese plaatsnamen zouden hebben in Drente?'

Onderzoeksresultaten nuttig voor andere disciplines

De uitkomsten van het onderzoek zijn niet alleen van belang voor taalkundigen, maar kunnen ook worden gebruikt als startpunt van onderzoek door historici, archeologen en antropologen. Het project loopt tot en met 2019 en wordt ondersteund met een VICI-beurs van onderzoeksinstituut NWO.

Inzicht in geschiedenis

Het onderzoek van Adelaar en Klamer is niet alleen vanuit een taalkundig perspectief interessant, maar raakt ook mensen direct. De onderzoekers hebben veel contact met de gemeenschappen die ze bestuderen. Het onderzoek geeft de bewoners van de gebieden zo ook inzicht in hun eigen geschiedenis, taal en cultuur. Bovendien worden de talen uit beide onderzoeken gedocumenteerd en zo bewaard voor het nageslacht.

Meer informatie:
Reconstructing the past through languages of the present: the Lesser Sunda Islands

Op zoek naar de bron van alle talen

Binnen de taalkunde bestaat een hypothese dat alle talen van Europa tot India afstammen van één moedertaal: het Proto-Indo-Europees. Deze taal zou duizenden jaren geleden zijn gesproken. Onderzoeker Alwin Kloekhorst wil door middel van taalkundig stamboomonderzoek achterhalen hoe de allereerste opsplitsing van het Proto-Indo-Europees naar de talen binnen de Indo-Europese taalfamilie precies is verlopen. Zo komen we meer te weten over de oerbron van moderne Europese talen, waaronder het Nederlands.


Langere voorgeschiedenis

Het Proto-Indo-Europees is de hypothetische moedertaal van alle talen binnen de Indo-Europese taalfamilie. Deze taal zou rond 3500 v.Chr. gesproken zijn door nomaden die leefde in het gebied waar nu Oekraïne ligt. Toen deze nomaden zich verspreidden over Europa en Azië veranderde hun taal in allemaal verschillende dialecten die daarna uitgroeiden tot de moderne Europese, Iraanse en Indische talen. Schriftelijke bewijzen van Proto-Indo-Europees zijn nooit gevonden, maar sinds het begin van de 19e eeuw gaan taalkundigen ervan uit dat de taal heeft bestaan.

Drie scenario’s over de oorsprong van het Anatolisch

Tot op heden bestaat veel onduidelijkheid over hoe het Proto-Indo-Europese zich precies heeft opgesplitst naar de talen zoals wij die nu kennen. Een van de belangrijkste vragen betreft de positie van de Anatolische taaltak, die bestaat uit een groep talen die tussen 2000 v.Chr. en het jaar nul in Anatolië (Turkije) werden gesproken, en die de oudst bekende Indo-Europese talen zijn. In de wetenschappelijke discussie wordt uitgegaan van drie mogelijke scenario’s over de oorsprong van het Anatolisch.
 

Scenario 1: Anatolisch is een dochter van het Proto-Indo-Europees. Scenario 2: Anatolisch is, om precies te zijn, de dochtertaal die zich als eerste van het Proto-Indo-Europees heeft afgesplitst. Scenario 3: Anatolisch is een zustertaal van Proto-Indo-Europees. Ondanks het feit dat het Anatolisch duidelijk verwant is aan de andere Indo-Europese talen, kan het niet goed ingepast worden in de familiestamboom zoals die nu bekend is. Het is daarom door sommige wetenschappers voorgesteld dat het Anatolisch misschien helemaal geen dochter is van de Proto-Indo-Europese moedertaal, maar eigenlijk een zus.

Alwin Kloekhorst onderzoekt een inscriptie op een potscherf

Alwin Kloekhorst onderzoekt een inscriptie op een potscherf


Grootmoedertaal

Alwin Kloekhorst gaat proberen om de mysterieuze positie van het Anatolisch op te lossen door Anatolische talen en andere verschillende groepen uit de Indo-Europese taalfamilie met elkaar te vergelijken. 'Als we bewijs vinden voor het idee dat het Anatolisch geen dochter, maar een zus van het Proto-Indo-Europees is, dan kunnen het Anatolisch en het Proto-Indo-Europees samen teruggevoerd worden op een soort grootmoedertaal. Dat zou betekenen dat alle Indo-Europese talen (dus ook het Nederlands) een veel langere voorgeschiedenis hebben dat we tot nu toe hebben aangenomen. We hebben het dan over een periode van eeuwen, misschien wel millennia.' Om deze hypothese te onderzoeken gaat Kloekhorst heel precies de positie van het Anatolisch binnen de Indo-Europese taalfamilie bepalen met behulp van de zogenaamde cladistische methode, een soort taalkundige variant van genetisch stamboomonderzoek.

Het onderzoeksproject van Kloekhorst loopt tot en met 2020 en wordt ondersteund door een Vidi-beurs van het NWO.

Meer informatie:
Splitting the Mother Tongue: The Position of Anatolian in the Dispersal of the Indo-European Language Family

De effecten van meertaligheid

Meer dan de helft van de Europeanen spreekt twee of meer talen. Taalkundige Lisa Cheng onderzoekt de verschillende vormen van meertaligheid in Europa vanuit taalkundig, cognitief en sociologisch perspectief. Zij kijkt bijvoorbeeld naar de wijze waarop minderheidstalen de standaardtaal van een land beïnvloeden, en onderzoekt het effect van meertaligheid op het cognitief vermogen.

Het onderzoek naar meertaligheid  wordt gesteund door de Europese Commissie en uitgevoerd in maar liefst acht verschillende landen: Nederland, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Slovenië en Kroatië. Leiden is als coördinator verantwoordelijk voor de samenwerking in dit grootschalige project.

Beïnvloeding van de standaardtaal

Een belangrijke vraag in het onderzoek van Cheng is in hoeverre minority languages (een taal die door een minderheid van de bevolking in een land wordt gesproken, bijvoorbeeld door immigranten) of heritage languages (een taal die thuis wordt geleerd maar niet de standaardtaal van een land is) de standaardtaal van een land beïnvloeden. Cheng: 'Wist je bijvoorbeeld dat Engelse jongeren in Londen heel anders praten dan het standaard Engels? Wij willen weten: komt dat door de migrantentalen die in Londen en omgeving voorkomen? Zo ja, hoe? Welke aspecten van taal (zoals uitspraak, zinsbouw, woordvolgorde) kunnen precies beïnvloed worden en welke niet?' Deze vragen worden onderzocht door opnames te verzamelen van Engelse sprekers tussen 18 en 25.  Hetzelfde gebeurt in de andere onderzoekslanden, waarna deze data intensief zal worden geanalyseerd.

 

Effect meertaligheid op cognitief gebied

Een ander deel van het project gaat over de mogelijke voordelen van meertaligheid, bijvoorbeeld op cognitief gebied. Vragen hierbij zijn: hoeveel talen zijn nodig om voordeel te bereiken, twee of drie? Maakt het een verschil of de talen op elkaar lijken (Duits en Nederlands) of juist heel erg divers zijn (Chinees en Nederlands)? Is het belangrijk om die talen vanaf een jonge leeftijd te leren of maakt dat niet uit? Ook deze vragen worden in de acht genoemde landen onderzocht.

Bijdragen aan Europees beleid

De onderzoeksresultaten zijn zeer interessant vanuit taalkundig perspectief. En ze kunnen helpen bij het beoordelen van Europees beleid, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs.  De Europese Commissie heeft als doelstelling dat iedere Europese burger drie Europese talen vloeiend spreekt. De EU wil zo taaldiversiteit beschermen en het leren van talen

De effecten van meertaligheid

stimuleren. Dat laatste is belangrijk, zegt de EU, zodat inwoners makkelijker over hun eigen landsgrenzen heen een baan kunnen vinden en om het intercultureel begrip binnen Europa te vergroten. Cheng: 'Maar de jeugd in Europa lijkt geen interesse te hebben om een tweede taal te leren. De vraag is dus: hoe kun je (jonge) mensen in Europa stimuleren om meer talen te leren?' Met dit project willen de onderzoekers onder meer  aantonen dat de EU-doelstellingen niet alleen om 'schooltalen' zouden moeten draaien, maar dat het aanleren van heritage languages dezelfde voordelen biedt. 'Bij voldoende onderzoeksresultaten willen we dit als advies aan de EU gaan uitbrengen', aldus Cheng.

Taalbeleid op scholen

De resultaten van het project kunnen ook een bijdrage leveren aan het taalbeleid op scholen. Europese scholen krijgen steeds meer te maken met klassen waarin leerlingen zitten met diverse culturele achtergronden, die diverse talen spreken. Welke leermethoden werken in zo'n klas het beste als je de standaardtaal van een land moet bijbrengen? Hoe maak je gebruik van de kennis en vermogens die leerlingen al hebben? In potentie heeft het onderzoek invloed op dit hele beleidsterrein.

Meer informatie:
Advancing the European Multilingual Experience (AthEME)

De ontwikkeling van het Nederlands

Om talen met elkaar te kunnen vergelijken, is het belangrijk om grondige kennis te hebben van de specifieke talen die je bestudeert. Gijsbert Rutten doet met zijn team onderzoek naar het ontstaan van het Standaardnederlands en het onderdrukken van 'niet-standaard' varianten tussen 1750 en 1850.


Het ontstaan van één Nederlandse taal

Het 'standaard' Nederlands zoals wij dat kennen, heeft niet altijd bestaan. In de achttiende eeuw was er nog veel meer variatie in de gesproken en geschreven taal dan nu. Beïnvloed door de golf van nationalisme die in Europa tussen 1750 en 1850 opkwam, ontstond er binnen Nederlandse genootschappen en onder bestuurders een discussie over de invoer van één nationale standaardtaal als symbool van de natie. Aan het begin van de negentiende eeuw resulteerde dit in een Nederlandse taalpolitiek: de regering besloot dat er één grammatica en spelling moest komen. In zijn onderzoek kijkt Gijsbert Rutten hoe in Nederland de ideeën over een standaardtaal precies ontstonden en hoe het gebruik van deze standaardtaal werd opgelegd.

 

Nederlands op school

Rutten richt zich in zijn onderzoek onder meer op het onderwijs. Tijdens de invoering van het Standaardnederlands op scholen moesten leerlingen in de klas zo standaard mogelijk spreken en schrijven, terwijl ze buiten de klas uiteraard dialect met elkaar praatten. Rutten wil weten of leerlingen bewust werden gemaakt van dat onderscheid, en hoe dat precies in zijn werk ging. Om deze vraag te onderzoeken duikt Rutten onder meer in schoolboekjes, tijdschriften voor onderwijzers, rapporten van de schoolinspectie en notulen van onderwijzersgenootschappen. Veel van deze bronnen zijn nog niet eerder onderzocht.

Het succes van het beleid

Daarnaast wil Rutten ook weten hoe succesvol de taalpolitiek in de negentiende eeuw was. De overheid had officiële spellingsregels en een grammatica opgesteld, maar er waren geen wetten die het gebruik van deze regels volledig verplicht stelden. Bekend is dat er verzet kwam uit literaire

Het groot ABC Boek (‘Haneboek’), een populair school-boekje dat vanaf de 18e eeuw in Nederland werd gebruikt. Collectie Nationaal Onderwijsmuseum

Het groot ABC Boek (‘Haneboek’), een populair school-boekje dat vanaf de 18e eeuw in Nederland werd gebruikt. Collectie Nationaal Onderwijsmuseum

kringen, bijvoorbeeld van de bekende auteur Willem Bilderdijk. Maar nog intrigerender misschien is de vraag of de officiële spelling en grammatica door ‘gewone’ taalgebruikers werden gevolgd. Om dat te onderzoeken vergelijkt Rutten taalgebruik uit de achttiende eeuw, dus van voor de officiële regels, met taalgebruik uit de negentiende eeuw. Hij maakt daarbij onder andere gebruik van privébrieven, dagboeken en kranten.

Het hedendaagse Nederlands

Door onderzoek naar het ontstaan van het Standaardnederlands komen we meer te weten over het ontstaan van het hedendaagse Nederlands. Welke mythes bestaan er over het ontstaan van het moderne Nederlands? De onderzoeksresultaten kunnen daarnaast ook meer algemene inzichten geven in de wording van talen. Hoe zorgt dagelijks gebruik ervoor dat iets een grammaticale regel wordt? Hoe ontstaat een standaardtaal precies? Het onderzoeksproject van Rutten loopt tot 2019 en wordt ondersteund met een Vidi-beurs van het NWO.

Meer informatie:
Going Dutch. The Construction of Dutch in Policy, Practice and Discourse, 1750-1850

Experts

Wetenschappers in dit multidisciplinaire onderzoeksgebied

  • Prof. dr. Lisa Cheng
  • Prof. dr. Alexander Lubotsky
  • Prof. dr. Maarten Mous
  • Prof dr. Willem Adelaar
  • Dr. Ahmad Al-Jallad
  • Dr. Felix Ameka
  • Dr. Yiya Chen
  • Prof. dr. Roberta D’Alessandro
  • Dr. Jenny Doetjes
  • Mr. Dr. Aone van Engelenhoven
  • Prof. dr. Holger Gzella
  • Prof. dr. Ton van Haaften
  • Prof. dr. Jaap de Jong
  • Prof. dr. Marian Klamer
  • Dr. Alwin Kloekhorst
  • Dr. Maarten Kossmann
  • Prof. dr. Claartje Levelt
  • Dr. Tijmen Pronk
  • Prof. dr. Johan Rooryck
  • Dr. Gijsbert Rutten
  • Prof. dr. Jos Schaeken
  • Prof. dr. Niels Schiller
  • Prof. dr. Rint Sybesma
  • Prof. dr. Ingrid Tieken-Boon van Ostade
  • Prof. dr. Arie Verhagen
  • Prof. dr. Marijke van der Wal

Prof. dr. Lisa ChengHoogleraar Taalkunde

Topics: meertaligheid, heritage language, syntax, Bantu, Chinees

+31 (0)71 527 2104

Prof. dr. Alexander LubotskyHoogleraar Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap

Topics: Indo-Europees, Vedisch Sanskriet, Avestisch, Frygisch, geschiedenis van talen

+31 (0)71 527 2190

Prof. dr. Maarten MousHoogleraar Afrikaanse Taalkunde

Topics: Koesjitische talen, mengtalen, bantoetalen, Oost-Afrika, jongerentalen

+31 (0)71 527 2242

Prof dr. Willem Adelaar Hoogleraar Talen en Culturen van Indiaans Amerika

Topics: talen van de Andes en Meso-Amerika

+31 (0)71 527 2511

Dr. Ahmad Al-Jallad Universitair docent Arabische Taal en Linguïstiek

Topics: vroeg Arabische- en Noord-Arabische taal, inscripties, historische Semitische taalkunde

+31 (0)71 527 2223

Dr. Felix Ameka Universitair docent Afrikaanse Linguïstiek

Topics: West-Afrikaanse talen, Kwa talen, Hausa, Fulfulde

+31 (0)71 527 2243

Dr. Yiya Chen Universitair docent Fonetiek

Topics: fonetiek, Chinese dialecten, klankproductie en –perceptie, toonhoogtevariatie, uitspraakplanning

+31 (0)71 527 1688

Prof. dr. Roberta D’Alessandro Hoogleraar Italiaanse Taal en Cultuur

Topics: Zuid-Italiaanse talen, dialectologie, Abruzzo, basisgrammatica,

+31 71 527 2186

Dr. Jenny Doetjes Universitair Hoofddocent Franse Taal en Cultuur

Topics: semantiek en syntaxis vanuit een cross-linguïstisch perspectief, Franse taalkunde

+31 (0)71 527 2181

Mr. Dr. Aone van EngelenhovenUniversitair docent

Topics: Indonesië, Oost-Timor, Molukse immigranten in Nederland, historische taalwetenschap, beschrijvende taalwetenschap en mondelinge traditie, taal en cognitie

+31 (0)71 527 2072

Prof. dr. Holger Gzella Hoogleraar Hebreeuwse en Aramese Taal en Letterkunde

Topics: Hebreeuws, Aramees, Semitische talen, historische en vergelijkende taalwetenschap, oude Nabije Oosten

+31 (0)71 527 2255

Prof. dr. Ton van Haaften Hoogleraar Taalbeheersing

Topics: taalbeheersing, argumentatie, rechtslinguïstiek

+31 (0)71 527 2105

Prof. dr. Jaap de JongHoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media

Topics: Journalistiek en nieuwe media, moderne retoriek en Nederlands taalgebruik

+31 (0)71 527 2137

Prof. dr. Marian Klamer Hoogleraar Austronesische en Papua Taalkunde

Topics: talen van Indonesië en de Pacific, taalbeschrijving, taaltypologie, taalcontact en taalgeschiedenis

+31 (0)71 527 2783

Dr. Alwin Kloekhorst Universitair docent Vergelijkende Taalwetenschap

Topics: Proto-Indo-Europees, Anatolisch, Hettitisch

+31 (0)71 527 2224

Dr. Maarten Kossmann Universitair docent Berbertalen

Topics: taalcontact in Noord-Afrika en de Sahel, Berber, Nederlands-Marokkaanse jeugdtaal, Songhay, Toeareg

+31 (0)71 527 2649

Prof. dr. Claartje Levelt Hoogleraar Eerste Taalverwerving

Topics: taalontwikkeling bij baby’s en kinderen, taalperceptie, taalproductie, babylab, fonologische ontwikkeling

+31 (0)71 527 2103

Dr. Tijmen PronkUniversitair docent Indo-Europese taalwetenschap

Topics: Indo-Europese taalwetenschap, Slavische talen, accentologie, etymologie, dialectologie

+31 (0)71 527 2224

Prof. dr. Johan Rooryck Hoogleraar Franse Linguïstiek

Topics: morfosyntaxis van de Romaanse talen, kernkennissystemen, evidentialiteit, bezitsrelaties, zinstypes, wederkerige voornaamwoorden

+31 (0)71 527 2049

Dr. Gijsbert Rutten Universitair docent Historische taalkunde van het Nederlands

Topics: taalvariatie, taalverandering, geschiedenis van het Nederlands, standaardisatie

+31 (0)71 527 2112

Prof. dr. Jos Schaeken Hoogleraar Slavische en Baltische Talen en Cultuurgeschiedenis

Topics: Russische taal en cultuur, Kerkslavisch, Oud Pruisisch

+31 (0)71 527 2077

Prof. dr. Niels Schiller Hoogleraar Psycho- en Neurolinguïstiek

Topics: experimentele taalwetenschap, psycholinguïstiek, neurolinguïstiek, taalstoornissen, meertaligheid

+31 (0)71 527 4171

Prof. dr. Rint Sybesma Hoogleraar Chinese Taalkunde

Topics: syntaxis, talen van China, Mandarijn, schrift

+31 (0)71 527 2529

Prof. dr. Ingrid Tieken-Boon van Ostade Sociohistorische Taalkunde van het Engels

Topics: standaardisatie van het Engels (codificatie en prescriptivisme), laatmodern Engels; Engelse brieventaal

+31 (0)71 527 2163

Prof. dr. Arie Verhagen Hoogleraar Nederlandse Taalkunde

Topics: Grammatica, tekstwetenschap, (culturele) evolutie van taal

+31 (0)71 527 4152

Prof. dr. Marijke van der Wal Hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands

Topics: standaardisatie, taalverandering, taalvariatie, taalhistorie, egodocumenten

+31 (0)71 527 2134

Onderwijs

Studenten leren direct van onze onderzoekers

Taaldiversiteit is een centraal thema in de bachelor en masters Taalwetenschap. Ook in alle Leidse taal-, cultuur- en regio-opleidingen komt taaldiversiteit aan bod. In de opleidingen worden studenten gestimuleerd om de nieuwste inzichten op taalwetenschappelijk gebied toe te passen in hun eigen onderzoek. De jaarlijkse Summer School in Languages and Linguistics biedt studenten van de Universiteit Leiden en daarbuiten daarnaast de mogelijkheid om extra kennis op te doen van gedreven Leidse en internationale taalspecialisten. Ook niet-studenten kunnen, in de vorm van advies en onderwijs, profiteren van de Leidse taalkennis via het Academisch Talencentrum.

Outreach & Nieuws

Wetenschap midden in de maatschappij

Ons onderzoek reikt verder dan de wetenschappelijke wereld alleen. Wetenschappers delen hun vakkennis op scholen, in musea, tijdens evenementen en via toegankelijke publiekssymposia. Zo brengen zij de wetenschap naar de maatschappij.

Nieuws

Meer nieuwsberichten

Agenda

Meer agendaberichten

Kennis van talen

Taalkennis aan de Universiteit Leiden