Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Maken en creëren met eeuwenoude kennis

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. U vindt hier een voorbeeld op het gebied van taal en cultuur.

Overzicht wetenschapsdossiers

Handgemaakte creaties van vroeger leveren oplossingen voor vraagstukken van nu

Het vermogen om voorwerpen en bouwsels met de hand te maken, is essentieel geweest voor de ontwikkeling van de mens. De moderne samenleving dreigt dat vermogen te verliezen. Leidse archeologen verzamelen kennis over processen van ‘maken en creëren’ door de eeuwen heen. Die kennis helpt onze huidige maatschappij om duurzame manier met de wereld om te gaan en te vernieuwen.

Iets met je eigen handen maken, wordt weer belangrijk
De mens houdt ervan om dingen te maken. Van knutselwerk tot kluswoning tot voedsel: wij maken van alles, als amateur of professional. Vaak zijn de dingen die we maken sterk verbonden aan onze identiteit. Allereerst geeft dingen zelf maken een groot gevoel van voldoening. Hoe wij onszelf zien, en hoe een ander ons ziet, wordt bovendien gedeeltelijk bepaald door onze creatieve processen en de producten daarvan. In deze tijd van voortschrijdende technologie en digitalisering, hebben dan ook steeds meer mensen de behoefte om weer dingen met hun eigen handen te maken. Materialen begrijpen, zelf gaan (ver)bouwen, voorwerpen kunnen repareren of nieuwe gebruiksvoorwerpen maken, zijn echter vaardigheden die steeds verder van de hedendaagse Westerse mens af komen te staan.

Leidse archeologen verzamelen essentiële kennis en kunde rondom 'maken en creëren'. Ze onderzoeken de gebruiken van echte meesters van creativiteit: onze voorouders uit het verre verleden en de inheemse volken van nu. Mensen uit de prehistorie vonden gereedschappen uit. Zonder machines en motoren lukte het de Mykeners om stenen van tot wel 120 ton te verplaatsen. En de Trio, een volk dat leeft in de binnenlanden van Suriname, zetten  natuur en gebruiksvoorwerpen naar hun hand bij hun huizenbouw en voedselvoorziening. Hun creatieve en innovatieve vermogens kunnen ons inspireren bij het bedenken van oplossingen voor onze huidige praktische en maatschappelijke problemen.


Eigen faculteit met unieke onderzoeksfaciliteiten
Als enige Nederlandse universiteit heeft Leiden een eigen faculteit der Archeologie, die beschikt over unieke onderzoeksfaciliteiten. Leidse onderzoekers zijn zo in staat om zeer gedetailleerde informatie te onttrekken aan opgegraven voorwerpen en gebouwen, bijvoorbeeld met welke materialen een bijl in aanraking is geweest. Of ze maken voorwerpen of huizen na, precies op de manier zoals dat vroeger gebeurde. Zo krijgen ze nieuwe inzichten, die door het bestuderen van sporen in de grond alleen nooit naar boven waren gekomen. Een prehistorische stenen bijl blijkt een enorm handig gereedschap te zijn: in twintig minuten hak je er een grote eik mee om. Maar de vragen waar ze antwoord op zoeken gaan ook nog een stapje verder dan praktische zaken: waarom sleepten mensen tonnen stenen kilometers ver naar een plek om ze daar op elkaar te stapelen? En hoe kon een maatschappij het organisatorisch bolwerken om voor de eigen voedselvoorziening te zorgen terwijl er ook gigantische bouwwerken uit de grond gestampt werden?

Het werk van de Leidse archeologen vormt de sleutel voor ontdekkingen binnen andere wetenschappelijke disciplines. Historici, biologen, medici, psychologen, natuurkundigen, economen, sociale wetenschappers: ze kunnen allemaal voortbouwen op de fundamentele archeologische inzichten in de mens en zijn maaksels.


Faculteit der Archeologie

Wat we kunnen leren van de Mykeners

De Mykeense beschaving uit de Griekse Oudheid biedt een enorm potentieel aan bruikbare informatie: van innovatieve bouwmethoden tot manieren om als maatschappij om te gaan met crisissituaties. Archeologe Ann Brysbaert en haar team ontleden in het ERC Consolidator project SETinSTONE de Mykeense bouwprocessen om al die informatie naar boven te halen.


De Mykeners, een volk dat leefde in Griekenland tussen 1600 en 1100 vóór Christus, kregen ongelofelijke dingen voor elkaar op het gebied van de bouwkunst en logistiek. Ze waren in staat om stenen te verplaatsen van 10-12 ton, over afstanden van tien tot twintig kilometer, zonder behulp van kranen of motoren, met alleen mensen en dieren tot hun beschikking. De

grootste steen ooit verplaatst in Mykene woog zelfs 120 ton. Met die stenen bouwden ze muren van soms wel tien meter hoog, die al meer dan drieduizend jaar zijn blijven staan. Ze waren in staat om te bouwen op vlak terrein, maar ook op bergtoppen. Daarnaast slaagden de Mykeense bouwlieden erin om een enorme hoeveelheid gebouwen neer te zetten in korte tijd, terwijl ze ook voor hun voedselvoorziening moesten zorgen door middel van landbouw en visserij. De hedendaagse maatschappij kan veel leren van hun ervaring en kennis in bouwkundige organisatie.

De ingang van de Mykeense citadel, de ‘Leeuwenpoort’, was de belangrijkste ingang van het complex met vestigingsmuren uit de 13e eeuw voor Christus.

De ingang van de Mykeense citadel, de ‘Leeuwenpoort’, was de belangrijkste ingang van het complex met vestigingsmuren uit de 13e eeuw voor Christus.


Bouwen van micro- tot macroniveau
Ann Brysbaert en haar achtkoppige team willen tot in het kleinste detail weten hoe en waarom de Mykeners bouwden op dergelijke schaal. Van de technieken die ze gebruikten, tot de logistiek, tot de drijfveren van de Mykeners en de gevolgen van de bouwwerken voor hun maatschappij.

 

Ze verrichten onderzoek op micro-, een medio- en een macro-niveau. Het micro-niveau houdt in: in het veld iedere steen bestuderen die door de Mykeners werd gebruikt. Hoe werden ze gemaakt, hoe zwaar zijn ze precies, hoe werden ze getransporteerd en waarom kozen de Mykeners die bepaalde steensoort en niet een die vlakbij lag? Het medio-niveau concentreert zich op de vraag hoe met die stenen vervolgens een gebouw in elkaar werd gezet en waarom daar zoveel moeite voor werd gedaan.

Metersdikke en hoge ‘Cyclopische’ muren van de Citadel van Mykene foto: Ann Brysbaert

Metersdikke en hoge ‘Cyclopische’ muren van de Citadel van Mykene foto: Ann Brysbaert


Stenen en bergen
Het macro-niveau onderzoekt alle bouwwerken in de hele regio en hun interactie met het omringende landschap. 'Een grootschalig bouwproject bracht grote veranderingen in de regio en netwerk van dorpen', legt Brysbaert uit. 'Voor het transport van 

bouwmaterialen moest het landschap vaak worden aangepast, door bijvoorbeeld terreinen vrij te maken en wegen aan te leggen. Het landschap heeft immers een enorme invloed op het transport en de middelen die je nodig hebt. Als je met een steen van tien ton een berg af moet, kun je er geen ossen voor zetten, die kunnen geen glijdende stenen tegenhouden. Je moet met mensen die steen tegen houden. Dat is een heel andere manier van energie gebruiken. Daarom bekijken we niet alleen kaarten met transportroutes, maar lopen we deze routes ook met eigen ogen en voeten na. Als je op deze manier de route bestudeert, kom je op hele andere transportoverwegingen uit dan als je sec op een kaart kijkt hoe iets van A naar B werd verplaatst. Zo ontdekken we stukje bij beetje hoe de Mykeners hun transport voor elkaar kregen.'

De Mykeense transportroutelangs de bergflank werd ondersteund door tonzware stenen foto: Ann Brysbaert

De Mykeense transportroutelangs de bergflank werd ondersteund door tonzware stenen foto: Ann Brysbaert


Omgaan met crises
Rond 1200 vóór Christus stortte het Mykeense rijk in, mogelijk geteisterd door vele tegenslagen zoals natuurrampen, verloren oorlogen, mislukte oogsten, ziektes en verbroken handelscontacten en -routes. Brysbaert hoopt door haar onderzoek te weten te komen in hoeverre ook excessief bouwen mede een oorzaak voor de teloorgang is geweest. 'De bouwprojecten werden opgestart door de Mykeense elite, die allerlei mensen en middelen bij elkaar brachten. Vooral deze elite raakte ten tijde van de crises alles kwijt en hield op te bestaan. Ik denk dat dat deels ook te maken heeft met het feit dat ze niet ophielden met bouwen en door wilden blijven groeien, terwijl ze daar niet meer de middelen, mensen en de nodige geloofwaardigheid voor hadden. De moraal van hun verhaal is iets waar wij, in deze tijd van crises, lering uit kunnen trekken. Ook nu wordt gezegd dat de mensheid moet stoppen met groeien en duurzamer moet gaan leven om te blijven bestaan. Mensen gaan op zoek naar creatieve manieren om dat te verwezenlijken, zoals de transition towns; in deze contexten wordt ‘samen zelf doen en maken’ weer belangrijk. De Mykeense bouwprojecten kunnen inspireren door te laten zien hoe de mens níet moet reageren op crises fenomenen zoals we ze nu kennen.'


Onderzoeksproject SETinSTONE
Website SETinSTONE
Transitie Nederland: transition towns

De Trio: meesters van creatie

De Trio, een volk dat leeft in Suriname en Brazilië, zijn 'meesters van creatie'. Hun immense kennis van materialen en natuur stellen hen in staat om te leven in het oerwoud. Archeoloog Jimmy Mans volgt de Trio op de voet.


De Trio zijn jagers, vissers en horticulturalisten die leven in het binnenland van Suriname. 'De Trio zijn alleskunners’, zegt Mans. ‘Dankzij vaardigheid en een grote kennis over hun omgeving hebben ze een eeuwenlang bestaan in het oerwoud opgebouwd.' Mans doet onderzoek naar het dagelijks leven van de Trio en ontdekte dat de Trio beschikken over vaardigheden en creativiteit waar de Westerse mens jaloers op kan zijn.


Huizen
De kennis en vaardigheid van de Trio blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop ze huizen en dorpen bouwen. De Trio bouwen hun huizen zelf voornamelijk met materialen uit de natuur. Ze weten dan ook precies welke houtsoort de beste eigenschappen heeft om een bepaald gedeelte van een huis te bouwen. Zo wordt zogeheten wakapu hout, als je het laat drogen, keihard. Zo hard zelfs, dat vocht en termieten er geen vat op hebben: ideaal materiaal voor funderingspalen. 

'Binnen één woning kunnen wel zestig verschillende houtsoorten voorkomen', vertelt Mans. 'En de bouwers kunnen iedere houtsoort in hun huis dan ook exact identificeren.'

Als een Trio-familie een huis verlaat, bijvoorbeeld omdat er rot in het dak zit of omdat ze naar een andere plek willen trekken, dan breken ze een huis letterlijk tot de grond toe af. De funderingspalen zijn nog bruikbaar, en worden naar de nieuwe woonplek meegenomen. Door de volledige afbraak en heroriëntatie van huizen kan een Trio-dorp binnen tien jaar compleet veranderd zijn.

Foto van de bouw van een nieuw huis door Kapitein Paneshi Panekke  (Amotopo, 2007) Foto: Jimmy Mans

Foto van de bouw van een nieuw huis door Kapitein Paneshi Panekke (Amotopo, 2007) Foto: Jimmy Mans


Voorwerpen
De creativiteit van de Trio blijkt ook uit hun vermogen om de natuurlijke omgeving en verkregen materialen naar hun hand te zetten. Mans: 'Als de Trio gaan vissen, lokken ze bepaalde vissen door een klakkend geluid te maken. Dat doen ze, omdat ze zo het geluid imiteren van een bepaalde plant die zaadjes in het water afgeeft. Ze weten dat vissen deze zaadjes eten en op dat geluid afkomen.  Zoiets ontdekken vereist veel kennis van het dieren- en plantenrijk.'

Of kijk naar hun creativiteit bij het innoveren met gerecyclede voorwerpen en materialen. 'De Trio leven van 

cassavebroden, die traditioneel werden gebakken op aardewerken bakplaten. Door de groeiende behoefte aan brandstof voor bijvoorbeeld buitenboordmotoren, komen er ook olievaten de dorpen binnen. Op een gegeven moment is iemand erachter gekomen dat je op het deksel van een olievat makkelijker cassavebroden kunt bakken dan op een aardewerken schijf. Die innovatie is nu wijd verspreid in het Trio-netwerk. En zo blijven ze experimenteren met toepassingen van nieuwe materialen. Anders dan bij ons duurt het lang voor er echt iets wordt weggegooid.'

Cassavebrood gebakken op deksel van olievat (Amotopo, 2007) Foto: Jimmy Mans

Cassavebrood gebakken op deksel van olievat (Amotopo, 2007) Foto: Jimmy Mans

Mans heeft veel kennis vastgelegd rondom de leefwijze van de Trio. Met deze kennis van nu heeft Mans historische sporen van de Trio kunnen duiden en een deel van de geschiedenis van de afgelopen eeuw gereconstrueerd. Hij is momenteel werkzaam op de Caribische eilanden binnen het project NEXUS1492 en met zijn kennis over de Trio helpt hij ook archeologen die onderzoek doen naar oorspronkelijke inheemse volkeren in het Caribisch gebied.

Uwawa Kumu maakt een kano met kettingzaag (Amotopo, 2007) Foto: Jimmy Mans

Uwawa Kumu maakt een kano met kettingzaag (Amotopo, 2007) Foto: Jimmy Mans

Huizen uit de Steentijd nabouwen

Leidse archeologen bouwen huizen uit de Steentijd na, uitsluitend met middelen die in die periode ook werden gebruikt. Deze werkwijze biedt verrassende inzichten in het vernuft van onze verre voorouders, en daagt bestaande archeologische opvattingen uit.


Onze voorouders uit de Steentijd bouwden hun huizen met stenen bijlen en dissels. Dat klinkt wellicht als een tijdrovend en primitief proces, maar niets is minder waar. 'De mensen die tienduizend jaar geleden leefden, waren dezelfde mensen als wij. Ze konden net zo veel, en waren net zo slim', vertelt archeologe Annemieke Verbaas. 'Alleen: ze leefden in een andere tijd en moesten gebruik maken van andere middelen.' Dit fundamentele inzicht doen Leidse wetenschappers Annelou van Gijn, Annemieke Verbaas en Diederik Pomstra en hun studenten telkens weer op als ze een huis uit de Steentijd nabouwen met alleen middelen uit die tijd. Van Gijn en Verbaas zijn archeologen, Pomstra is een werktuigexpert die al jaren gereedschappen uit het stenen tijdperk nabouwt.

Samen met professionele bouwmeesters en studenten bouwden ze tot nu toe twee prehistorische huizen. Het eerste huis werd in 2012 gebouwd in Horsterwold, vlakbij Zeewolde. Het andere huis staat op het Archeologisch Educatief Erf in de Broekpolder in Vlaardingen.
 

Het huis met schuurtje in Horsterwold (Flevopolder) is een reconstructie van een huis uit de late Steentijd. Met dit bouwproject wilden de archeologen te weten komen hoe het bouwen van een huis zo’n 4000 jaar geleden in zijn werk ging, hoe efficiënt de verschillende werktuigen waren, welke uitdagingen de materialen boden en wat de uitvoering van zo’n project betekende voor een lokale gemeenschap.

Het huis met schuurtje in Horsterwold (Flevopolder) is een reconstructie van een huis uit de late Steentijd. Met dit bouwproject wilden de archeologen te weten komen hoe het bouwen van een huis zo’n 4000 jaar geleden in zijn werk ging, hoe efficiënt de verschillende werktuigen waren, welke uitdagingen de materialen boden en wat de uitvoering van zo’n project betekende voor een lokale gemeenschap.


Eiken omhakken met een stenen bijl
Het nabouwen van een huis op 'authentieke wijze' heeft een aantal voordelen. Verbaas: 'Op die manier kom je erachter dat het bouwproces van huizen anders verliep dan we dachten, onder meer omdat je wordt geconfronteerd met de eigenschappen van gereedschappen. Bijvoorbeeld: je zou denken dat het omhakken van bomen met een stenen bijl heel lang duurt. Maar in de praktijk blijkt dat het vellen van een flinke eik slechts twintig minuten in beslag neemt.' Ook biedt deze werkwijze een richtlijn om aangetroffen sporen van huizen opnieuw te interpreteren.

Een ander doel van het project is om gebruikssporen, die de nagebouwde werktuigen oplopen, te documenteren en te analyseren. Die sporen kunnen

vervolgens weer worden vergeleken met sporen die zijn aangetroffen op 'echte', teruggevonden gereedschappen. Verbaas: 'We zien dat sneden van een nagemaakte stenen bijl door gebruik steeds schever worden. En we zien diezelfde sporen terug op echte prehistorische bijlen. Dat is een eye opener. Archeologen dachten namelijk dat die scheve sneden op bijlen mogelijk willekeurig waren, of gevolg van de afmetingen van de steen waarvan deze bijlen werden gemaakt.  Door dit soort onderzoek komen we erachter dat dit niet zo is; de scheve sneden worden gevormd door intensief gebruik en bijslijpen.'

Om erachter te komen hoe men in de Prehistorie huizen bouwde en gereedschappen gebruikte, doen wetenschappers experimentsgewijs dit na om te zien wat werkt.

Om erachter te komen hoe men in de Prehistorie huizen bouwde en gereedschappen gebruikte, doen wetenschappers experimentsgewijs dit na om te zien wat werkt.


Vormende ervaring voor studenten
De onderzoekers betrekken waar mogelijk studenten bij de bouwprojecten. Verbaas: 'De projecten zijn voor hen heel waardevol. Allereerst op inhoudelijk vlak. Ik denk dat je het aantal archeologen dat daadwerkelijk met een stenen bijl heeft gehakt in Nederland op één hand kunt tellen. Je leert een heleboel door te doen. De studenten kunnen hierdoor in de toekomst zich veel meer voorstellen over werken met gereedschappen en daar uitspraken over doen.' 'Bovendien' vult Pomstra aan, 'zie je dat het heel vormende ervaringen zijn. Studenten gaan eerst onwennig om met een stenen bijl. Maar nadat ze een boom met een bijl hebben omgehakt, gaan ze hechten aan het werktuig. Dat wordt van 'hen'. Ze merken  hoe effectief het voorwerp is, dat het echt een gereedschap is. Je ziet die verandering van denkbeelden voor je ogen ontstaan. Daarnaast leren ze veel over samenwerken, en doorzetten.'


Onderzoeksproject Huize Horsterwold
Website project Horsterwold
Educatief Archeologisch Erf

Een puzzel van scherven

Voorwerpen uit het verleden bieden een schat aan informatie over het leven in vroegere tijden. Loe Jacobs is expert in het maken van aardewerken voorwerpen, met precies dezelfde methoden en middelen die indertijd werden gebruikt.


Als mensen meer dan tienduizend jaar geleden niet begonnen waren met pottenbakken, had ons moderne leven er heel anders uitgezien – als de mens überhaupt zonder aardewerk had kunnen overleven. Aardewerk maakte het onder meer mogelijk om voedsel en drank te bewaren, en om te koken.


Stukjes aardewerk
Archeologische vondsten bestaan vaak uit scherven. ‘Aardewerken voorwerpen uit archeologische context zijn meestal broos en kwetsbaar. Complete potten braken – en breken – gemakkelijk. Eenmaal gebroken, weet Jacobs, blijven de scherven goed bewaard in de grond omdat ze door hun chemische samenstelling weinig last hebben van verdere aantasting door vocht, zuren en schimmels. Uit die scherven kunnen we veel achterhalen.’

Jacobs onderzoekt aan de hand van scherven hoe mensen door de eeuwen heen – van het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen – gebruiksvoorwerpen vervaardigden en gebruikten. Hij is wereldwijd een veelgevraagd expert die gespecialiseerd is in het reproduceren van keramische voorwerpen. Door deze experimentele benadering helpt hij vragen rondom productie en gebruik van zulke voorwerpen, te beantwoorden. ‘Het begint vaak met scherven aan elkaar passen om de totale voorwerpen als geheel te kunnen bekijken. Zodra ik eenmaal een goed beeld van het repertoire heb, vergelijk ik de aardewerken voorwerpen met elkaar om zo de veranderingen te bestuderen die ze mettertijd hebben ondergaan.’


Geschiedenis van productiemethoden achterhalen
Veranderingen gedurende de productiefase zijn meestal het gevolg van aanpassingen in de methode. Jacobs is op zoek naar hoe en waarom die productie-

technologie dan gewijzigd is. ‘Veranderingen in bijvoorbeeld de vorm van een potje staan doorgaans niet op zichzelf. Ze zijn vaak het gevolg van verandering in grondstoffen, het bakproces, of van het afnemen van de benodigde vaardigheid,’ legt Jacobs uit. Een andere verklaring kan zijn dat er concurrentie uit een andere hoek kwam. ‘Waar het om gaat is het achterhalen van de samenhang van verschillende factoren en zo een beeld te vormen van de drijfveren van het menselijk handelen in het verleden. Ik doe dat door heel basaal te kijken naar hoe de potjes werden gemaakt.’

Om meer inzicht te krijgen in de verschillende productiesporen experimenteert Jacobs met vele vormen van  oppervlakte afwerking.

Om meer inzicht te krijgen in de verschillende productiesporen experimenteert Jacobs met vele vormen van oppervlakte afwerking.


Sporenanalyse
Handelingen zoals neerzetten, roeren en reinigen laten krassen en vormen van slijtage achter op aardewerk. Deze gebruikssporen geven informatie over hoe men de voorwerpen gebruikte, maar het is ook mogelijk om inzicht te krijgen in wat men vroeger bereidde en at door aangekoekt voedsel te analyseren of de aantasting van de keramische wand als gevolg van bepaalde fermentatie processen te bestuderen. Om niet tot verkeerde conclusies te komen, houden de wetenschappers rekening met sporen die het gevolg zijn van latere aantasting. Hoewel het materiaal tijdens verblijf in de bodem goed bestand is tegen verwering, kan het onder minder gunstige omstandigheden immers toch worden aangetast. Bijvoorbeeld door vertrapping, plantwortels, zouten of vorst.

Met zijn expertise draagt Jacobs bij aan internationale onderzoeken zoals het BEFIM-project dat drinkgewoontes bestudeert. Bij opgravingen in Frankrijk en Duitsland werden grote hoeveelheden 

drinkbekers en ander aardewerk uit de IJzertijd gevonden wat erop duidt dat er in Noordwest-Europa eet- en drinkfestijnen gehouden werden. Had de elite daar Griekse en Etruskische feestgewoontes overgenomen? Of gaven ze er een geheel eigen betekenis aan? Jacobs: ‘Interculturele beïnvloeding is niet alleen iets wat tegenwoordig veelvuldig voorkomt, maar het gebeurde ook in het verleden. We proberen details hiervan vast te stellen door onder andere sporen op het gevonden aardewerk te analyseren en te interpreteren.’

Hielden de Noordwest-Europeanen uit de IJzertijd feesten zoals de oude Grieken dit deden, of gebruikten ze drinkbekers voor geheel eigen rituelen?

Hielden de Noordwest-Europeanen uit de IJzertijd feesten zoals de oude Grieken dit deden, of gebruikten ze drinkbekers voor geheel eigen rituelen?


Koken in keramiek
Door zijn werk helpt Jacobs niet alleen grote archeologische projecten verder, hij doet soms ook 'in kleiner verband' opmerkelijke inzichten op. 'Ik heb de afgelopen dertig jaar veel geleerd over oude technieken, zoals de hamer- en aambeeld methode waarbij kleideeltjes tussen twee harde oppervlakken worden geplet. Deze werkwijze is uiterst geschikt voor de productie van 

kookpotten: de producten worden er ongelofelijk sterk van en kunnen de thermische schokken, die inherent zijn aan koken op open vuur, daardoor veel beter doorstaan.’ De methode wordt tegenwoordig weer vaker toegepast nu overheden van sommige landen koken in keramiek stimuleren. Keramiek is namelijk heel goed voor het bereiden van stoofpotten omdat de warmteverdeling in vergelijking met metalen pannen veel beter is. Het voedsel wordt dan meer gelijkmatig verhit en kan niet aanbranden. Jacobs: ‘En niet geheel onbelangrijk: de mensen zeggen dat het veel lekkerder is.’

In een van de onderzoeksprojecten test Jacobs de bestendigheid van diverse keramische samenstellingen door de materialen  bloot te stellen aan hitteschokken.

In een van de onderzoeksprojecten test Jacobs de bestendigheid van diverse keramische samenstellingen door de materialen bloot te stellen aan hitteschokken.

Materiaal: de moeder van innovatie

Niet het vernuft van de mens, maar materialen zijn de bron voor innovatie en vooruitgang. Dat concludeert archeoloog Maikel Kuijpers op basis van zijn onderzoek naar vakmanschap en materiaalbewerking in de Vroege Bronstijd.


'Veel hoogopgeleide Westerse mensen weten niet meer hoe voorwerpen of materialen werken, of hoe ze dingen moeten repareren of vervaardigen. Sinds de Verlichting worden in onze maatschappij vooral intellectuele capaciteiten gewaardeerd. Maar er zou meer waardering moeten komen voor de vaardigheid om met materialen om te kunnen gaan en iets te kunnen maken. Die vaardigheid is een bron van innovatie en vooruitgang. Met zo'n herwaardering betrek je bovendien groepen in de maatschappij die nu vaak – onterecht – een lagere sociale status hebben, zoals bouwvakkers of monteurs.' Deze conclusie trekt archeoloog Maikel Kuijpers op basis van onderzoek naar vakmanschap en metaalbewerking. Kuijpers richtte zich in eerste instantie op de Vroege Bronstijd. Naarmate zijn onderzoek vorderde, breidde zijn interesse naar vakmanschap zich uit naar de huidige tijd.


Gesprekken over vakmanschap

'Wat is vakmanschap? Hoe krijg je het, hoe draag je het over, en wat voor rol speelt het in samenlevingen?' Die vraag stelde Kuijpers zichzelf bij zijn onderzoek naar metaalbewerking in de Vroege Bronstijd, waarbij hij wilde weten hoe de eerste vormen van metaalbewerking ontstonden en hoe ze werden overgedragen. Een groot probleem daarbij was dat hij uiteraard geen vragen kon stellen aan vaklieden uit die tijd. Om meer over vakmanschap in het algemeen te weten te komen, en over het vakmanschap van bijlen uit de Bronstijd, sprak hij daarom met hedendaagse, jonge, hoogopgeleide ambachtslieden uit allerlei disciplines, zoals instrumentenmakers en meubelmakers.

In het oude Egypte wist men al hoe je van hout een gebogen, waterdichte schil kon maken. Tegenwoordig wordt in de scheepsbouw veel gebruik gemaakt van voorgefabriceerde onderdelen waardoor er nog weinig mensen zijn die het ambacht onder de knie hebben.

In het oude Egypte wist men al hoe je van hout een gebogen, waterdichte schil kon maken. Tegenwoordig wordt in de scheepsbouw veel gebruik gemaakt van voorgefabriceerde onderdelen waardoor er nog weinig mensen zijn die het ambacht onder de knie hebben.


Materiaal onderwijst de mens
Een van de inzichten die Kuijpers kreeg door die gesprekken, was dat veelvuldig experimenteren met materiaal  een cruciale rol moet hebben gespeeld bij de vervaardiging van nieuwe producten en innovatie. 'Vaak wordt door archeologen een beeld geschapen waarbij mensen in het verleden zélf het vernuft of een soort vooropgezet plan hadden om materialen steeds beter te bewerken. Ik kwam erachter dat je alleen tot innovatie kunt komen door fysiek te gaan werken met het materiaal, alle zintuigen in te zetten en zo het materiaal beter te leren kennen. Het is bijna alsof het materiaal juist de mens leert hoe ze iets moeten maken, in plaats van andersom. Volgens mij is dat ook een van de redenen dat de materialen koper, tin en brons zo'n grote rol in de Bronstijd hebben gespeeld: het zijn materialen die goed 'vormbaar' zijn en zich goed kunnen voegen naar de wens van de maker.'
Dat er daadwerkelijk veel werd geëxperimenteerd in de Vroege Bronstijd, toonde Kuijpers onder meer aan door 300 bijlen uit die tijd met elkaar te vergelijken. 'Ik concludeer dat die bijlen door veel verschillende mensen zijn gemaakt. Bovendien verschilt de kwaliteit van de bijlen enorm. Archeologen hebben soms de neiging om te doen alsof ieder gevonden object uit het verleden een toonbeeld van vakmanschap is, ik onderschrijf dat niet.'


Van fruitafval tot producten van leer
Kuijpers' interesse in de rol van materiaalkennis en vakmanschap heeft zich sinds zijn promotieonderzoek uitgebreid naar onze tijd. ‘Ik houd me bezig met de rol van vakmanschap in onze moderne samenleving. Pas door het materiaal grondig te onderzoeken, ermee te experimenteren, krijg je een idee van wat je met dat

materiaal kunt doen. Creatief zijn met materialen is bovendien hard nodig omdat we roofbouw aan het plegen zijn op onze planeet. Gelukkig zijn er mensen die zich afvragen hoe we elk materiaal ten volste kunnen benutten. Zo zijn er ondernemers die fruitafval recyclen tot meubels en tassen van een op leer lijkend materiaal. Om tot zulke innovatie te komen, moet je materialen eerst goed leren kennen. Ik roep dus op tot een herwaardering van materiaal en vakmanschap in de hedendaagse Westerse samenleving.’ Uiteindelijk gaat dit ook om de vraag: wat beschouwen we als waardevolle kennis?

Het bedrijfje Fruitleather maakt van fruitafval uiteenlopende producten van 'fruitleer'. Bron: fruitleather.nl

Het bedrijfje Fruitleather maakt van fruitafval uiteenlopende producten van 'fruitleer'. Bron: fruitleather.nl

Experts

  • Ann Brysbaert
  • Jimmy Mans
  • Annemieke Verbaas
  • Diederik Pomstra
  • David Fontijn
  • Loe Jacobs
  • Maikel Kuijpers
  • Annelou van Gijn

Ann BrysbaertUniversitair hoofddocent/Director of Research

Topics: Archaeological conservation, archaeological sciences, craft theory, craftsmanship and skill, east mediterranean/aegean bronze age archaeology, greek archaeology, heritage conservation, material culture studies, monumental architecture, pre-industrial technologies, social theory in archaeology

+31 (0)71 527 5328

Jimmy MansOnderzoeker

Topics: Indigenous-Caribbean histories, Contemporary Archaeology, Mobility and Movement, Transformation and Ethnicity, Archive and Museum Studies, Community Engagement Studies

+31 (0)71 527 6470

Annemieke VerbaasOnderwijs en onderzoeksmedewerker

Topics: experimental archaeology, microwear analysis, analysis of prehistoric flint and stone tools

+31 (0)71 527 6003

Diederik PomstraDocent

Topics: prehistoric technology, experimental archaeology, experimental reconstruction

+31 (0)71 527 1454

David FontijnHoogleraar Archaeology of Early Europe

Topics: Archaeology of object exchange, European Bronze age and Iron age, landscape archaeology, “ritual” deposition

+31 (0)71 527 2426

Loe JacobsOnderwijs- en onderzoeksmedewerker

Topics: Study of shaping techniques, Research on finishing modes, Decoration techniques, Reconstruction experiments, Development of instructive material, Material sampling, Material experiments, Fabric analysis and thin section analysis, Firing experiments, Collecting ethnographic information, Participation in teaching and publishing

+31 (0)71 527 2462

Maikel Kuijpers Universitair Docent

Topics: Bronze age metallurgy, craft theory, craftsmanship and skill, material culture studies, public archaeology

+31 (0)71 527 6450

Annelou van GijnHoogleraar Archaeological Material Culture and Artefact Studies

Topics: Ancient crafts, experimental archaeology, material culture studies, microwear and residue analysis, neolithic studies

+31 (0)71 527 2389

Onderwijs

Unieke ervaring opdoen in het veld

De Universiteit Leiden heeft als enige Nederlandse universiteit een faculteit voor Archeologie. Dit maakt het mogelijk voor onderzoekers nauw samen te werken, kennis te bundelen en dit door te geven in het onderwijs. Bovendien beschikt de faculteit over een keur aan faciliteiten, zoals gespecialiseerde laboratoria voor materiaal- en keramiekstudies. De faculteit biedt bovendien veel zogeheten 'field schools' aan, zoals het nabouwen van een huis uit de Steentijd en het 3D documenteren van architectuurresten. Zo krijgen studenten de unieke mogelijkheid om persoonlijke ervaring in het veld op te doen met de processen, materialen en technieken die leiden tot het maken van voorwerpen en gebouwen.

Outreach en nieuws

Nieuws

Agenda