Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Afrika heroverwogen

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. U vindt hier een voorbeeld op het terrein van gebiedsstudies over de hele breedte van de universiteit.

Overzicht wetenschapsdossiers

Een brede blik op een continent in transitie

Wie Westerse media volgt, denkt al snel aan 'Afrika' als het herkomstoord van wanhopige migranten, continent van honger en ziektes, broedplaats voor internationaal terrorisme. Wie een breder beeld wil hebben, kan terecht bij de Leidse Afrikanisten. Juist door hun nauwe banden met Afrikaanse partners en hun nadruk op fundamenteel onderzoek zijn ze er de afgelopen decennia in geslaagd inzichten te generen die zowel Westerse als Afrikaanse samenlevingen ten goede komen.

Met een bevolking die de komende eeuw waarschijnlijk doorgroeit tot 4 miljard, een uitdijende economische middenklasse en de opkomst van 21e-eeuwse Afrikaanse multinationals staan Afrikaanse landen en hun internationale partners voor nieuwe uitdagingen: hoe voorzie je exploderende steden van basisvoorzieningen, hoe leid je migratiestromen in acceptabele banen en hoe doorbreek je oude machtsverhoudingen? Waar dit traditioneel vragen voor nationale overheden en NGO's waren, treffen ze tegenwoordig ook multinationals en internationale instituten. Met de toenemende globalisering heeft de realiteit in Afrika direct effect op die in het Westen, en vice versa. Afrikaanse worminfecties blijken remedies te bieden voor 'Europese' welvaartsziektes, verschuivingen in de wereldeconomie leiden tot nieuwe handelsrelaties en het internet maakt dorpsbewoners tot wereldburgers.

Wie die ontwikkelingen duidt vanuit vertrouwde kaders komt bovendien vaak bedrogen uit: toegang tot nieuwe technologieën en oude, voorheen niet-erkende bronnen, maakt dat we de geschiedenis moeten herschrijven, en ons bewust moeten worden van misleidende vooronderstellingen die we decennia lang gekoesterd hebben. Stedelijke samenlevingen zijn bijvoorbeeld niet altijd comfortabeler dan nomadische, oorlogsgebieden van nu zijn de universiteitssteden van toen en Afrikaans-Europese relaties verliepen vaak veel minder onschuldig dan we nu graag geloven. Als Europa haar verbondenheid met het continent beter wil begrijpen, moet het eerst op zelfonderzoek.


Afrikaanse relaties
Met een geschiedenis die teruggaat tot 1947, is het Afrika-Studiecentrum Leiden (ASCL) een van de oudste Europese onderzoekscentra over Afrika, en heeft het langdurige, consistente banden met het continent opgebouwd. Waar oud-koloniale grootmachten als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in Afrika vaak met argusogen worden bekeken, kan met Nederlanders vaak een neutralere relatie worden opgebouwd, ondervindt Ton Dietz, directeur van het ASCL 2010-2017.
Juist nu er een brede roep is om het 'dekoloniseren' van de wetenschap, wordt het gewaardeerd dat het centrum al heel vroeg Afrikaniseerde. Zo koopt de bibliotheek al heel lang de helft van haar publicaties in Afrika en werkt het centrum structureel met Afrikaanse gastonderzoekers.


Hub voor interdisciplinair Afrika-onderzoek
Om te onderzoeken hoe nationale en internationale ontwikkelingen zich vertalen op lokaal niveau, heeft een divers gezelschap van Afrika-onderzoekers zich verenigd in de Leiden African Studies Assembly. Met meer dan 100 gepromoveerden uit disciplines als geschiedenis, archeologie, rechten, geografie, antropologie, politicologie, economie en geneeskunde vormt het een toonaangevende hub voor Europese Afrika Studies. Wie de vakgenoten van de Technische Universiteit in Delft en de Erasmus Universiteit in Rotterdam meetelt, komt zelfs tot de grootste groep Afrika-onderzoekers buiten het continent.
De nabijheid van de vele Afrika-gerelateerde musea in Leiden, uitgever Brill en organisaties als het Nederlands Instituut voor Marokko helpt hen hun kennis verder te verspreiden. Samenwerkingsverbanden met Afrikaanse partners moeten daarnaast ervoor zorgen dat de resultaten ook op het continent zelf terechtkomen.


African Studies Centre Leiden
Bibliotheek ASCL

Booming steden, nieuwe ondernemers

Met een exponentieel groeiende bevolking en een snelle verstedelijking, ontstaan gigantische Afrikaanse metropolen die voorzien moeten worden van zaken als voedsel, water en energie. Dat biedt nieuwe economische kansen, migrerende bevolkingsgroepen en politieke uitdagingen. Onderzoekers in Leiden combineren kwalitatieve en kwantitatieve technieken om de dynamiek tussen lokale ondernemers, Afrikaanse multinationals en internationale partijen te begrijpen.


Eind 2014 doken de wereldprijzen voor ruwe materialen als olie, gas en koper omlaag. Het was een toets voor veel Afrikaanse economieën: waren hun groeicijfers vooral gebaseerd op de export van grondstoffen, of kunnen ze inmiddels ook zonder? Met het ontstaan van Afrikaanse multinationals als cementgigant Dangote, en de groei van een ondernemende klasse, is het een reële vraag geworden. Kan Afrika haar steden nog voeden als haar bevolking toeneemt van 1,3 miljard nu naar 4 miljard in 2100, en de meerderheid daarvan in steden woont?


Afrika, voedselexporteur
Demograaf Akinyinka Akinyoade en hoogleraar Afrikaanse ontwikkeling Ton Dietz denken van wel. In hun boek Digging Deeper berekenen ze dat  de landbouwproductie zoveel toeneemt dat Afrika haar bevolking makkelijk zou kunnen voeden, ook in 2100. 

Momenteel wordt een deel van de oogst verkocht aan internationale spelers als China, en landbouwgronden worden verpacht aan landen als Qatar. Bovendien exporteert Afrika duur voedsel, terwijl het goedkoop voedsel importeert. Zo komt veel graan uit Rusland, terwijl sommige Nigeriaanse stadsboeren hun fruit en groenten aan Nederland verkopen.

Het zijn echter niet alleen buitenlandse granen waarmee de hongerige stadsbevolking wordt gevoed. Akinyoade noemt het voorbeeld van de Nigeriaanse megastad Lagos, die snel uitgroeit tot een multinationale metropool die ook steden in buurlanden Ghana, Togo en Benin zal beslaan. Om haar nu 18 miljoen monden te kunnen voeden, huurt de regio nu al grond in andere delen van het land, en innoveren lokale ondernemers voortdurend om de gewassen te verkopen op een manier die past bij de wensen van de nieuwe stadsmens. Zo ontstaan er overal spin-offeconomieën: in de gebieden die de stad bevoorraden, en in de stad zelf.

Meer en meer gemaksproducten verschijnen in de Afrikaanse schappen, zoals cassavemeel dat het arbeidsintensieve proces van het snijden van de cassavewortels  voor gebruik overbodig maakt.

Meer en meer gemaksproducten verschijnen in de Afrikaanse schappen, zoals cassavemeel dat het arbeidsintensieve proces van het snijden van de cassavewortels voor gebruik overbodig maakt.

 


Lokale variaties
Of het ondernemers lukt een succesvol bestaan op te bouwen, hangt vaak sterk af van plaatselijke dynamiek, weet ontwikkelingseconoom en sociaal geograaf Marleen Dekker. Ze volgt in Zimbabwe een groep boeren die zich na de onafhankelijkheid onder de 'black majority rule' van 1980 vestigde op de boerderij van een voormalig grootgrondbezitter. Hoewel het de gemeenschap met de sturende hulp van de overheid de eerste twintig jaar goed leek te vergaan, vielen de inkomsten terug op het moment dat de Zimbabwaanse economie rond de eeuwwisseling instortte. Bij een andere groep boeren die ten tijde van die economische crisis het gebied van een grootschalige agrariër overnam trok de economie juist aan. Door het verdwijnen van het grote bedrijf dat zijn inkopen in de Zimbabwaanse hoofdstad Harare deed, ontstonden er lokale initiatieven: er openden in de omgeving een heleboel winkeltjes waar de boeren hun mest, zaden en eten konden kopen.


Informele kracht
Door de hyperinflatie werd iedereen gedwongen creatief te handelen: op de dag dat een Zimbabwaanse boer zijn oogst verkocht, moest hij zijn geld uitgeven, anders zou het niets meer waard zijn. In gebieden waar iedereen hetzelfde product aanbood, was weinig te handelen, maar waar alternatieven waren, ruilden boeren hun oogst bijvoorbeeld om voor schoolschriftjes, waarmee ze weer andere dingen konden krijgen. Nog altijd hebben veel Afrikanen vijf of zes verschillende activiteiten om in hun inkomen te voorzien, en overleven ze karige tijden door elkaar dingen te geven, weet Dekker. Het is hun sterke informele kracht, waardoor ze het vaak toch redden als de formele economie het af laat weten.

 

Digging Deeper: Inside Africa’s Agricultural, Food and Nutrition Dynamics

The hyperinflatie in Zimbabwe resulteerde in 100-biljoen-dollarbiljetten. Mensen negeerden het verbod op het gebruik van buitenlandse valuta of gingen over op het ruilen in natura.

The hyperinflatie in Zimbabwe resulteerde in 100-biljoen-dollarbiljetten. Mensen negeerden het verbod op het gebruik van buitenlandse valuta of gingen over op het ruilen in natura.

Afrika in de wereld

De komst van nieuwe wereldmarktspelers als India, Brazilië, China, Turkije en de Golfstaten geeft Afrikanen meer keuze met wie ze samen willen werken, en onder welke voorwaarden. Tegelijkertijd kiezen Afrikaanse multinationals ervoor met regionale partners te werken en oude politieke idealen te voorzien van een nieuwe economische basis. Met empirisch onderzoek en economische analyse kijkt het onderzoeksconsortium Africa in the World wat wereldwijde verhoudingen betekenen voor lokale spelers.


Win-win?
Afrika exporteert grondstoffen en importeert het eindproduct – het is een oud verhaal, en toch geldt het nog altijd, constateert professor Chibuike Uche, Stephen Ellis-leerstoelhouder voor Financiën en Integriteit in Afrika. Neem cement: veel Afrikaanse landen hebben grote voorraden van het basisingrediënt kalksteen in de grond, maar ze importeren cement uit landen als Zuid-Korea en China, voor een prijs die voor 70% uit transport bestaat. Dat kan beter, dacht Aliko Dangote, oprichter van Dangote Cement, inmiddels Afrika's grootste multinational. Met een rap uitbreidend imperium, bedient het niet alleen de Afrikaanse bouwmarkt, maar verdiept het zich inmiddels ook in olie en voedselwaren.
 

Je zou zeggen dat de gevestigde partijen de nieuwe concurrent de kop in zouden willen drukken, maar internationaal gezien, kunnen die nieuwe verhoudingen ook leiden tot een win-win situatie, denkt Uche: in plaats van cement, levert China nu cementfabrieken. De concurrentie ontstaat vooral tussen Dangote en de kleine lokale ondernemers, die niet opgewassen zijn tegen de nieuwe gigant.

Afrika in de wereld


Zeggenschap door bedrijvigheid?
Beleid wordt vaak ontworpen langs nationale analyses, maar je moet op verschillende niveaus kijken, waarschuwt sociaal antropoloog Mayke Kaag. Neem een land als Mozambique, waar de nationale overheid graag zaken doet met de Chinezen, maar waar gemeentes die door de oppositie geleid worden de mogelijkheid krijgen om zaken te doen met donoren die in de hoofdstad Maputo geen voorrangspositie meer krijgen.

Daarbij hebben lokale ondernemers vaak niet de mogelijkheden die ze op papier lijken te hebben, weet Kaag na decennia veldonderzoek in West-Afrika. In theorie hebben ze inspraak, maar in praktijk zijn ze regelmatig verwikkeld in politieke afhankelijkheden: een groep verkopers lobbyt bijvoorbeeld bij een lokale politicus om op een bepaalde plaats een markt te krijgen, maar hoort er na de verkiezingen niets meer over.

Ze worden pas gehoord als ze economische bedrijvigheid veroorzaken, denkt Uche, ‘neem mijn geboortedorp: de komst van drie lokale kippenboerderijen droeg eraan bij dat de ongeplaveide wegen het hele jaar door begaanbaar werden’. Juist door bedrijfjes te beginnen, krijgen burgers iets te zeggen. Als er maar genoeg kippenboeren zijn, komt een nationale bewindsman er niet meer mee weg als hij lokale boeren uit de markt drukt door gesubsidieerde kippenvleugeltjes in te voeren. Wat de eerste pan-Afrikanisten niet voor elkaar kregen, lijkt het bedrijfsleven nu wel te lukken: Dangote Cement zit inmiddels met overheden om tafel om allerlei handelsbelemmeringen tussen Afrikaanse landen te verwijderen.


Organisatie
Het grote probleem in Afrika is het gebrek aan organisatie, constateert Uche. Net als Kaag ziet hij een emanciperende rol weggelegd voor educatie. Dat kan via commerciële concepten als micro-leasing, waarmee behalve een product ook kennis over het gebruik en onderhoud ervan wordt gedeeld, maar ook door mensen te leren hoe ze hun leiders kunnen controleren en ter verantwoording kunnen roepen. Maar zelfs dan, weet Kaag, blijft het belangrijk om te kijken wie er profiteert, en hoe dat profijt zich verspreidt. Nationaal, lokaal, tussen grootmachten, tussen buren en binnen families.

 

Onderzoeksproject  Africa in the World

Een andere kijk op geschiedenis

Om een beter begrip van het verleden van Afrika te krijgen, onderzoekt een team van multidisciplinaire onderzoekers alledaagse artefacten en lokale kennis. Hun werk draagt bij aan het ontkrachten van verkeerde aannames en haalt minder dominante narratieven naar boven.


De meeste geschiedschrijving vindt plaats met een agenda. Zo werd de geschiedenis van hedendaags Afrika vaak geschreven om er kolonisatie mee te rechtvaardigen of om een bijdrage te leveren aan natievorming. Deze geschiedschrijving is regelmatig gebaseerd op anekdotes van 'toevallige bezoekers', waarbij ondersteunende feiten ontbreken. Toch blijkt het hieruit resulterende beeld van ‘Afrika’ en ‘Afrikanen’ bijzonder persistent. Archeologen als Sada Mire en historici als Jan-Bart Gewald hebben dan ook een flinke taak aan het bestrijden van valse stereotypen en het vinden van nieuwe manieren om de geschiedenis van het Afrikaanse continent te analyseren – een continent dat algemeen beschouwd wordt als de bakermat van de menselijke soort.

 
Diversiteit is een basisbehoefte
Door gebruik te maken van alledaagse artefacten en lokale kennis, verzamelt archeologe Sada Mire niet alleen nieuw bewijs over Afrika’s verleden, maar stelt ze ook aannames over geschiedenis in het algemeen ter discussie. Mire herinnert zich dat ze in Kenia eens een schapenbot opgroef, wat er op wees dat de mensen uit deze periode vee hielden en dus niet ‘alleen maar’ jagers en verzamelaars waren.  De grondlaag waarin ze het bot vond dateerde echter uit 1500 voor Christus. Dit weerlegde de  populaire notie dat ‘jagen en verzamelen’ werd gevolgd door het houden van dieren, en dat er daarna pas sprake was van veeteelt.

‘Geschiedenis is niet lineair, maar circulair’, constateert Mire. ‘Mensen hebben gemengde overlevingsstrategieën. Ze gebruiken die strategie die op dat moment het meest geschikt is. Tijdens de Somalische burgeroorlog waren het de ‘moderne’ mensen in de steden die het meest van de oorlog te lijden hadden, terwijl de meer ‘traditionele’ nomaden erin slaagden te overleven,

omdat zij wisten hoe ze gebruik konden maken van wat het land te bieden had. Diversiteit is een basisbehoefte voor het overleven van de menselijke soort.’ Voor haar recente onderzoek in Somaliland bestudeerde Mire rotskunst, landschappen en de gewoonten van de mensen in de Hoorn van Afrika. Haar bevindingen laten zien dat er, naast een zelfvoorzienende economie, ook een grote diversiteit is in religieuze identiteit. De Leidse Faculteit Archeologie stelt haar in staat om vanuit een holistische benadering te werken, en minder dominante narratieven naar boven te halen.


 

Rotskunst in Dhambalin, Somaliland: polychrome schilderingen van schapen. Copyright: Sada Mire

Rotskunst in Dhambalin, Somaliland: polychrome schilderingen van schapen. Copyright: Sada Mire

Onze plaats in tijd en ruimte begrijpen
Het ontwikkelen van een andere kijk op de Afrikaanse geschiedenis (‘rethinking African history’) kan ook een bijdrage leveren aan  de manier waarop Europa kijkt naar haar eigen plaats in de wereld. Toen Jan-Bart Gewald veldonderzoek deed in Namibië, vertelden Herero-informanten hem dat Duitse soldaten de botten van hun stamgenoten kookten. Aanvankelijk beschouwde Gewald dit als een symbolisch verhaal, dat ter illustratie diende voor de gruwelen van de Herero-genocide die het gevolg was van Generaal Von

Herero kort na 1900 bron: Wikipedia

Herero kort na 1900 bron: Wikipedia

Trotha’s Vernichtungsbefehl (bevel tot uitroeiing) van 1904. De strekking van het bevel was dat alle Herero die hun land weigerden te verlaten, gedood moesten worden. 

Maar toen Gewald de archieven ging uitpluizen, ontdekte hij dat het koken van botten werkelijk had plaatsgevonden. Het bewijs had hier al die tijd gelegen, zo vertelt hij, maar niemand had er ooit vanuit dat perspectief naar gekeken. Duitse soldaten hadden werkelijk de hoofden van de gedode Herero gekookt om daarmee materiaal te verkrijgen dat gebruikt kon worden ten behoeve van de craniologie: een inmiddels weerlegde pseudo wetenschap waarmee de schedel bestudeerd werd

Het is triest, zo realiseert hij zich, dat zulke wrede praktijken niet alleen in Namibië hebben plaatsgevonden, maar over het hele Afrikaanse continent. ‘Europeanen zijn geneigd Afrika te beschouwen als een gebied dat zich zou moeten ontwikkelen. Maar veel van hen hebben geen idee van het bestaan van instituties zoals de Universiteit van Timboektoe of van de handelsrelaties die we honderden jaren lang met Afrikaanse landen hebben gehad, of van de weerzinwekkende daden die Europeanen hier hebben begaan. We hebben die kennis nodig om onze plaats in ruimte en tijd te begrijpen.’

Je bent wat je koopt, wat je spreekt

Na ruim 60 jaar religie-onderzoek, is het de Afrikanisten van de Universiteit Leiden wel duidelijk dat politiek, economie en religie in Afrika niet te scheiden zijn. Met het moderne gospel van welvaart en individuele verantwoordelijkheid staan traditionele waarden onder druk. Linguïsten en antropologen onderzoeken wat dat betekent voor de identiteit van haar bevolking.


Taal als zelfdefinitie
Taal wordt gebruikt om je eigen identiteit mee te bepalen, je positie. Jongeren in Nederland vermengen hun zinnen met Surinaamse en Marokkaanse woorden, tegenstanders van de Apartheid in Zuid Afrika gebruikten gevangenisslang om er hun verzet tegen het regime mee aan te duiden. De manier waarop dat gebeurt is eigenlijk overal hetzelfde, weet linguïst Maarten Mous, maar anders dan in Nederland, beperkt de jeugdtaal zich in landen als Kenia niet tot een kleine groep. Student of marktkoopman – allemaal spreken ze de taal van hun nieuwe kosmopolitische stad. Met hun linguïstische creaties drukken de jongeren daar niet zozeer verzet uit, maar vooral hun zelfdefinitie als moderne, stedelijke mens.

In Ivoorkust worden grote bierflessen van 66 cl een ‘basiliek’ genoemd. Het verwijst naar de kopie van de Sint Pieter die in de Ivoriaanse hoofdstad Yamoussoukro staat. President Houphouët-Boigny liet de kerk precies nabouwen, maar dan 1 meter groter. De president mocht er de Europeanen een hak mee zetten, nu zijn het zijn eigen onderdanen die hem ermee bespotten.

In Ivoorkust worden grote bierflessen van 66 cl een ‘basiliek’ genoemd. Het verwijst naar de kopie van de Sint Pieter die in de Ivoriaanse hoofdstad Yamoussoukro staat. President Houphouët-Boigny liet de kerk precies nabouwen, maar dan 1 meter groter. De president mocht er de Europeanen een hak mee zetten, nu zijn het zijn eigen onderdanen die hem ermee bespotten.

 

Vreemde taal, vreemde kennis
Naast hun eigen taalcreaties worden jongeren geacht een officiële taal te spreken die radicaal afwijkt van de talen waarmee ze opgroeiden. Omdat veel Afrikaanse landen gebieden beslaan waar van oudsher tientallen talen gesproken worden, gebruiken verschillende overheden de taal van hun voormalig kolonisator. Het middelbaar onderwijs wordt daar vaak gegeven in het Frans, Portugees of Engels. Dat heeft dramatische gevolgen, denkt Mous. ’Alles wat je leert op school is in een taal die vreemd voor je is, geassocieerd met een cultuur die vreemd voor je is – de cultuur van de vorige overheersers. Dan ga je als kind een opdeling maken: al die kennis – natuurkunde, biologie, ... – die hoort niet bij mij, die hoort bij een ander. Dat is fnuikend voor het begrip, en het idee dat je hebt over jezelf.’


Gospel van welvaart
Wellicht biedt de blootstelling aan nieuwe wereldbeelden een rijke voedingsbodem voor de opkomst van de Pinkstergemeentes, die de afgelopen decennia in veel Afrikaanse landen dominant zijn geworden. Antropoloog Rijk van Dijk ziet spanningen met de oudere generatie. Benadrukten de oude missiekerken solidariteit met de armsten van de bevolking, de nieuwe pinkstergemeentes prediken welvaart en individuele verantwoordelijkheid. Met hun gospel van wedergeboorte worden leden aangemoedigd hun eigen keuzes te maken, en zich niet langer de les te laten lezen door tradities, ouders of familieleden.

Omdat de Pinksterkerken persoonlijke voorspoed uitdrukkelijk zien als een signaal van goddelijke interventie, doet het geloof het goed in opkomende middenklassen. 'Hoe meer welvaart een leider kan tonen, hoe beter God hem gezind is', vertelt Van Dijk, ‘Mij is meerdere keren duidelijk gemaakt dat Jezus een rijke man was.' De antropoloog deed onder meer onderzoek in het snel rijk geworden Botswana, waar verloofden vaak niet langer bij hun ouders hoeven aan te kloppen, maar waar zowel bruid als bruidegom bankleningen nemen om statusmarkers als dure auto's en exorbitante huwelijken te bekostigen. Hun nieuwe religie geeft ze een rechtvaardiging om het consumptivisme vrijmoedig te omarmen.


Vergeet vertrouwde kaders
De opkomende middenklasse is echter niet de enige groep bij wie het Pinkstergeloof aanslaat. Omdat leden doorgaans 10% van hun inkomsten af moeten staan aan hun geloofsgemeente, zijn er tegenwoordig ook gebedsgenezers voor wie dat niet kan of wil afdragen maar wel spirituele begeleiding wil.

 

Ook zakenmensen en regeringsleiders hebben zich in de loop der jaren aan de Pinksterkerken gebonden. Zo zou Museveni’s recente anti-homo beleid ingefluisterd zijn door conservatieve pinksterleiders. ‘De maatschappelijke kracht van de pinkstergemeentes is echt enorm’, concludeert de antropoloog, ‘maar wie blijft denken vanuit een soort ‘scheiding der machten’, zal dat niet volledig zien. In Afrika is religie politiek, politiek economie en economie religie.’

Een gebedsgenezer van de Pinkstergemeente aan het werk in Sehitwa, Botswana

Een gebedsgenezer van de Pinkstergemeente aan het werk in Sehitwa, Botswana

Tussen politici, non-burgers en rebellenleiders

Om te begrijpen waarom groepen zich tegen hun overheid keren, moet je begrijpen in welke politieke cultuur zij opgroeiden, wat zij van een 'staat' verwachten en wat voor alternatieven zij zien. Met zijn lange interdisciplinaire ervaring, wordt het Leidse Afrika Studie Centrum vaak vooral gezien als een regionaal expertisecentrum. Juist die achtergrond stelt het in staat geldende theorieën rond staatsvorming en democratisering tegen een kritisch licht te houden.


Oog voor politieke culturen
Je hebt de praktijk nodig om een theorie te toetsen of te weerleggen. Neem bijvoorbeeld onderzoek naar ‘democratisering’ in Afrika. Veldstudies in Ethiopië en Rwanda ondermijnen volgens politiek antropoloog Jan Abbink bijvoorbeeld Staffan Lindbergs veronderstelling dat regelmatige verkiezingen in autocratische staten door de tijd heen een democratiserend effect hebben. Zulke theorieën zijn vaak gestoeld op survey data, constateert Abbink, zonder de lokale context en politieke cultuur – te achterhalen via observaties en diepte-interviews – mee te wegen. Met zijn onderzoek wil hij de interne, lokale processen en ervaringen met ‘het politieke’ juist benadrukken.

In de jonge natiestaten van Afrika is het vaak maar de vraag wat de 'staat' precies is en betekent. In een aantal landen bestaat een breuk tussen de overheid en een groot deel van haar burgers, legt hoogleraar Mirjam de Bruijn uit. Anders dan degenen die zich actief tegen hun overheid keren, hebben ze er gewoon weinig mee te maken. Mensen verhouden zich eerder tot etnische banden, familie banden en religieuze banden in plaats van tot de staat. Van een gevoel van burgerschap is geen sprake.
Net als de nomaden waar ze eerder onderzoek naar deed, verkeren ook veel stedelijke 'non-burgers' langdurig in een ongevestigde situatie – maar anders dan veel nomaden, zijn ze daar niet tevreden mee. Jongeren zoeken naar een vaste vorm van bestaan, die dan vaak ook nog erg fragiel blijkt.


Nieuwe vormen van leiderschap
Waar anderen de overheid zien als een autoriteit die haar burgers zou moeten faciliteren, ervaren veel van de 'non-burgers' de staat eerder als iets dat ze frustreert. Om meer zeggenschap over hun situaties te krijgen, zoeken veel jonge leiders naar alternatieve manieren om zichzelf te organiseren. Sommige maken 

zich helemaal los van de traditionele gezagsstructuur, vertelt Abbink. Zo zet een gewapende beweging als Al-Shabaab in Somalië zich af tegen de oudere generatie van gematigde Soefi-moslims. Ze verwerpt de invloed van de lokale cultuur, gewoonterecht en clan-afkomst om nieuwe trans-etnische, transnationale verbindingen te vormen.

Anderzijds zijn er ook groepen die juist hechten aan hun eigen culturele afkomst, zoals de Ethiopische Borana-Oromo. Zij baseren hun vormen van zelfregulering op hun traditionele Gadaa-systeem - een uitgebreid leeftijdsklassesysteem, waarin de verschillende generaties duidelijk verschillende rollen hebben.

Het traditionele Gadaa-systeem combineert democratische elementen als verkiezingen met een hiërarchie op basis van leeftijd en sekse. Het leven van een man wordt in fases van 8 jaar opgedeeld. Lokale leiders en rituele ‘machthebbers’ worden voor periodes van 8 jaar aangesteld, waarna ze ‘met pensioen’ gaan.

Het traditionele Gadaa-systeem combineert democratische elementen als verkiezingen met een hiërarchie op basis van leeftijd en sekse. Het leven van een man wordt in fases van 8 jaar opgedeeld. Lokale leiders en rituele ‘machthebbers’ worden voor periodes van 8 jaar aangesteld, waarna ze ‘met pensioen’ gaan.


Mobiele masten
Toen in 2006 de eerste mobiele telefonie masten werden neergezet in de afgelegen west- en centraal Afrikaanse gebieden waar zij haar onderzoek deed, wist De Bruijn dat ze op een kritische kruising in de geschiedenis stond. Met de introductie van de mobiele telefonie, en daarmee de toegang tot het internet en de radio, veranderde de politieke bewustwording: mensen voelden zich niet langer een lokale actor, maar ook een onderdeel van een staat of wereld. Nomaden nemen deel aan de mondiale discussie over jihadisme en terrorisme, en dat verandert hun definitie van wie ze zijn.

We zien een nieuw soort bewustwordingsproces dat doorsijpelt in alle opstanden die momenteel gaande zijn, constateert De Bruijn. De komende jaren moeten we in kaart brengen wat dat betekent in verschillende landen, in verschillende regimes, in gebieden met opkomende middenklassen en gebieden die te kampen hebben met honger.
 

Politiek gevoelige gebieden, ook in mondiaal opzicht. ‘We begeven ons als onderzoekers nu in een gevoelige situatie, in een steeds veranderd laboratorium - de technologie in Afrika gaat zo hard dat je voortdurend je conclusies moet bijstellen. Maar het is wel duidelijk dat we echt aandacht moeten vragen voor plaatsen waar ontevreden onderdanen, conflict en honger samenkomen: het zou zomaar kunnen dat de ontwikkelingen in de Sahel straks die in rest van de wereld bepalen.’

Tussen politici, non-burgers en rebellenleiders

Afrikaans onderzoek voorkomt zorgkosten en welvaartsziekten

Van oudsher zoeken gezondheidswerkers naar manieren om ziektes onder kwetsbare bevolkingsgroepen te bestrijden. Inmiddels blijkt hoe dit onderzoek ook welvarender landen ten goede komt. Afrikaanse worminfecties en innovatieve thermometers leren Leidse onderzoekers hoe je welvaartsziekten kan bestrijden en de zorg betaalbaar kan houden.


Wormen tegen welvaartsziekten
Toen immunoparasitoloog Maria Yazdanbakhsh het bloed van plattelandskinderen in Gabon bekeek, zag ze iets onverwachts: zonder ooit symptomen vertoond te hebben, bleken de kinderen antistoffen tegen veel allergenen te hebben. Hun bescherming bleek voort te komen uit wormen waarmee een groot deel van 's werelds plattelandsbevolking besmet is.

In Ghana, Indonesië en Siberië vond Yazdanbakhsh vergelijkbare resultaten. Infecties met 'parasitaire' gasten als mijnwormen blijken hun dragers  te beschermen  tegen welvaartsziekten als diabetes II, ontstekingsziekten als Crohn en allergische aandoeningen als astma en hooikoorts. Hoewel zware worminfecties schadelijk kunnen zijn, hebben de wormen dus ook positieve effecten, concludeert de hoogleraar. In het Leids Universitair Medisch Centrum onderzoekt haar team welke moleculen daar verantwoordelijk voor zijn, zodat die ingezet kunnen worden als vaccin om de ziektes te voorkomen of als medicijn om de ziektes te genezen.

Een worminfectie wordt vaak opgelopen via de voeten, waar de larve de huid binnendringt en vervolgens in de bloedstroom terecht komt. Mijnwormen en andere parasitaire wormen komen veelvuldig voor in grote delen van Afrika, Zuid-Amerika en Azië.

Een worminfectie wordt vaak opgelopen via de voeten, waar de larve de huid binnendringt en vervolgens in de bloedstroom terecht komt. Mijnwormen en andere parasitaire wormen komen veelvuldig voor in grote delen van Afrika, Zuid-Amerika en Azië.

In het wetenschapsdossier Immuniteit, Infectie en Tolerantie wordt verder ingegaan op dit onderzoek.


Academische samenwerking
Als het aan Yazdanbakhsh ligt, verrichten de Leidse gezondheidsonderzoekers hun onderzoek in nauwe, gelijkwaardige samenwerking met academici in Afrika zelf. Zij werken in gebieden waar de verspreiding van ziektes extreem gepolariseerd is: terwijl de mensen op het platteland nog te kampen hebben met allerlei infectieziektes, hebben de mensen in de groeiende stadscentra te maken met welvaartsziektes. Het gezamenlijke onderzoek is daardoor interessant voor elk land dat nu of in de toekomst met die ziektes te maken krijgt.


Betaalbare gezondheidszorg
Ook in de alpha-, bèta- en gammawetenschappen wordt intensief samengewerkt. Zo is André Leliveld behalve ontwikkelingseconoom bij het Afrika Studie Centrum ook co-directeur voor het Centre for Frugal Innovation in Africa, waarin de universiteiten van Delft, Leiden en Rotterdam samen op zoek gaan naar hoogwaardige betaalbare innovaties voor Afrikaanse markten. Als voorbeeld noemt Leliveld de ontwikkeling van een betaalbare thermometer voor gemeenschappelijk gebruik in afgelegen gebieden. Dat klinkt simpel, maar voor zo'n omgeving moet die tegelijkertijd goedkoop, betrouwbaar, robuust en sociaal acceptabel zijn. Bovendien moet de thermometer aangeven hoe (on)gezond de aangetroffen temperatuur is en door een grote groep mensen gebruikt kunnen worden zonder infecties te verspreiden. Hoewel dergelijke oplossingen tot nu toe meestal voor ontwikkelingslanden worden ontworpen, genereren ze in toenemende mate vindingen die ook Westerse landen kunnen helpen – bijvoorbeeld om de zorg in Nederland betaalbaar te houden in een tijd dat de bevolking steeds verder vergrijst.

In Afrika zijn gezondheidsproblemen één van de belangrijkste redenen dat huishoudens terugvallen in armoede, constateert Leliveld; mensen moeten hun spaargeld gebruiken of hun vee, land of oogst verkopen en hebben dan geen buffer meer. Vaak gaat het om geld voor relatief simpele zaken als malariapillen, antibiotica, veilige bevallingen of  kleine operaties.

Hoewel veel mensen deel uitmaken van kleine informele netwerken waarin zulke onverwachte kosten gedeeld worden, dragen mensen het grootste deel van de kosten toch zelf. In Togo doet Leliveld samen met collega’s onderzoek of de invoering van ‘community based health insurance schemes’ mensen helpt om beter met de monetaire gevolgen van gezondheidsrisico’s om te kunnen gaan. Bovendien zoeken landen als Togo naar een manier om dit soort lokale initiatieven te koppelen aan een nationale gezondheidsverzekering.

De betaalbare thermometer die speciaal voor gebruik in afgelegen gebieden in Afrika gemaakt is, zou in Nederland ook een mooie, goedkope oplossing zijn.

De betaalbare thermometer die speciaal voor gebruik in afgelegen gebieden in Afrika gemaakt is, zou in Nederland ook een mooie, goedkope oplossing zijn.

Experts

  • Ton Dietz
  • Mirjam de Bruijn
  • Jan Abbink
  • Rijk van Dijk
  • Maarten Mous
  • Maria Yazdanbakhsh
  • Ria Reis
  • Peter Pels
  • Robert Tijssen
  • Tinde van Andel
  • Léon Buskens
  • Jan Michiel Otto
  • Mirjam van Reisen
  • Felix Ameka
  • Marcel Rutten
  • Chibuike Uche
  • Akinyinka Akinyoade
  • Mayke Kaag
  • Azeb Amha
  • Victoria Nyst
  • Marleen Dekker
  • Sabine Luning
  • Sada Mire
  • André Leliveld
  • Klaas van Walraven
  • Jan-Bart Gewald

Ton DietzHoogleraar Ontwikkeling in Afrika / Directeur ASCL 2010-2017

Topics: Afrika, armoede, ontwikkeling, sociale geografie

+31 (0)71 527 3376

Mirjam de Bruijn Hoogleraar Cultuur en Identiteit in Afrika

Topics: Afrika, Afrikaanse geschiedenis, antropologie van Afrika

+31 (0)71 527 8546

Jan AbbinkOnderzoeker

Topics: Afrika, culturele geschiedenis, Ethiopië, ethnografie van voedingsculturen, bestuur en ontwikkeling, hoorn van Afrika, noord-oost Afrika, politieke cultuur, religieuze verhandelingen en politiek, Somalië

+31 (0)71 527 3367

Rijk van DijkOnderzoeker

Topics: Afrika,Afrikaanse diaspora, Botswana, Ghana, Malawi, pinksterreligie, religie en HIV/aids, religie en sexualiteit in Afrika

+31 (0)715272 6607

Maarten MousHoogleraar Afrikaanse taalwetenschappen

Topics: Afrikaanse talen, Afrikaanse taalwetenschappen, Bantu, Cushitic, Taal en identiteit, jeugdtaal

+31 (0)71 527 2242

Maria YazdanbakhshHoogleraar Immunoparasitologie

Topics: Immuunsysteem, parasieten, allergieën, auto-immuunziekte

+31 (0)71 526 5062

Ria ReisHoogleraar Medische Antropologie

Topics: Medische antropologie, in het bijzonder antropologie in public health

+31 (0)71 526 8402

Peter PelsHoogleraar Culturele Antropologie & Sociologie van Afrika

Topics: Afrika, antropologie, materiële cultuur, religie, toekomst

+31 (0)71 527 3458

Robert TijssenHoogleraar Wetenschaps- en Innovatie Studies

+31 (0)71 527 3960

Tinde van AndelBijzonder hoogleraar Geschiedenis van botanie en tuinen

+31 (0)71 527 4849

Léon BuskensDirecteur NIMAR

+31 (0)71 527 2013

Jan Michiel OttoHoogleraar Recht en Bestuur van ontwikkelingslanden

Topics: Recht, bestuur en ontwikkeling

+31 (0)71 527 7290

Mirjam van ReisenHoogleraar Computing for society

+31 (0)71 527 4520

Felix AmekaSenior Universitair Docent

Topics: African linguistics, anthropological linguistics, descriptive linguistics, ethnography, language contact, linguistic typology, pragmatics, semantics, West African languages

+31 (0)71 527 2243

Marcel RuttenOnderzoeker

Topics: Africa, African nature & wildlife conservation, climate change, drought, drylands, east Africa, eco-tourism, Ethiopia, Kenya, Kenya politics, land conflicts, land governance, land tenure, Maasai, nomadic pastoralism, Orma, Turkana, water

+31 (0)71 527 3396

Chibuike UcheHoogleraar Governance of finance and integrity in Africa

Topics: Afrika, banken, buitenlandse bedrijven in Afrika, financiële geschiedenis, financiële instellingen, Ghana, inclusieve ontwikkeling in Afrika, Nederlandse multinationals in Afrika, Nigeria, politieke economie, regulering, Sierra Leone, west Afrika

+31 (0)71 527 3854

Akinyinka AkinyoadeOnderzoeker

Topics: Africa, African migration, Cameroon, decentralization, demography, fertility dynamics in west Africa, food security, Ghana, Kenya, Nigeria, population health, Tanzania, west Africa

+31 (0)71 527 6701

Mayke KaagOnderzoeker

Topics: Africa in the world, land issues, Islamic charities, informal workers, migration, political anthropology, Senegal, Chad, West Africa

+31 (0)71 527 3375

Azeb AmhaOnderzoeker

Topics: African studies, anthropological linguistics, descriptive and documentary linguistics, sociolinguistics, Ethiopian languages: Amharic, Wolaitta, Maale, Oyda and Zargulla

+31 (0)71 527 3364

Victoria NystUniversitair docent

Topics: Afrikaanse gebarentaal, descriptieve taalwetenschappen

+31 (0)71 527 2208

Marleen DekkerOnderzoeker

Topics: Afrika, Ethiopië, inclusieve ontwikkeling in Afrika, landhervormingen, markten, Nigeria, polygynie, sociale netwerken, Togo, Zimbabwe

+31 (0)71 527 6602

Sabine LuningUniversitair docent

Topics: Africa, corporate social responsibility, economy, migration, religion and religious ideas, resource politics

+31 (0)71 527 6614

Sada MireUniversitair docent

Topics: Archaeology and anthropology of Africa, cultural heritage, development and rights, digital heritage, Somali archaeology

+31 (0)71 527 2045

André LeliveldOnderzoeker

Topics: (frugal) innovation, community based health insurance, labour movements and trade unions

+31 (0)715272 3363

Klaas van WalravenSenior onderzoeker

Topics: Afrika, biografie, Frans Afrika, Frans keizerrijk

+31 (0)71 527 3362

Jan-Bart GewaldHoogleraar Afrikaanse Geschiedenis/ Directeur ASCL per september 2017

Topics: Afrika, Afrikaanse geschiedenis, mondiale geschiedenis, technologie en samenleving

+31 (0)71 527 3370

Onderwijs

Bij de Universiteit Leiden kan je je vanuit verschillende disciplines bezig houden met Afrika. De faculteit Geesteswetenschappen biedt bachelor- en masteropleidingen African Studies, terwijl ook Antropologie, International Studies en het Leiden University College specifieke aandacht geven aan Afrika. Bij alle andere faculteiten speelt Afrika een rol in thematische cursussen. Samen met de Technische Universiteit Delft, de Erasmus Universiteit Rotterdam en het International Institute of Social Studies in Den Haag wordt gewerkt aan een Minor Frugal Innovations en een Minor African Studies.

De faculteiten bieden afstudeermogelijkheden en vaak ook veldwerk. In landen als  Marokko, Egypte, Ghana, Zuid Afrika en Mozambique biedt de Universiteit Leiden speciale veldwerkfaciliteiten in samenwerking met de universitaire partners van het Leiden African Studies Assembly. In Nederland bieden de bibliotheken van het Afrika-Studiecentrum en de Universiteit een schatkamer aan fysieke en digitale bronnen over Afrika.

Nieuws & outreach

Nieuws

Agenda